Deze website maakt gebruik van cookies
Wij maken op onze website gebruik van cookies. Door op ‘Accepteren’ te klikken, ga je akkoord met het gebruik van alle cookies zoals omschreven in onze cookieverklaring.
×

Urgentie

 

Soms is een DRINGENDE tussenkomst van de Dierenarts nodig. Dat kan voor uiteenlopende gevallen zijn. Hierin enkele rubrieken waar dat nodig zou kunnen bij zijn, maar vooreerst een gouden raad:

Wat er ook gebeurt, ga onmiddellijk naar een dierenarts, maar bel hem eerst vooraf op om zeker te zijn dat je daar niet voor een gesloten deur staat. Dat bespaart je kostbare tijd.

Wat kan er zich zoal als urgentie voordoen? Enkele voorbeelden:

 

Verkeersongelukken

 

Hoofdregel. Ga zo snel mogelijk met het bij een verkeersongeluk betrokken dier naar de dierenarts. Bel eerst je dierenarts om te horen of hij thuis is, zoniet sta je nodeloos aan zijn deur. Bel dan tot je iemand kan bereiken die je kan ontvangen. Als het dier bloedt of breuken heeft lijkt dit erg logisch, doch deze regel geldt ook voor het dier dat er uitwendig perfect normaal uitziet.

Vaak is zo'n dier in shock of heeft ernstige inwendige bloedingen (bijvoorbeeld miltscheur) of een diafragmascheur en dergelijke. Deze interne aandoeningen zijn vaak veel erger dan uitwendige verwondingen, en vragen daarom snelle tussenkomst van een deskundige.

Probeer zelf naar de dierenarts toe te gaan en dit vooral in verband met tijdwinst, want in kritieke gevallen telt elke seconde.

Hoe vervoer je een aangereden dier? Beweeg het dier zo min mogelijk, leg hem op een deken en gebruik de deken om het dier mee op te tillen en in de auto te leggen.

Is het dier in coma, dan moetje zijn kop en hals rechtstrekken, de tong uit zijn muil halen en zien of er in de muil geen belemmering zit voor de ademhaling.

Pas eventueel hartmassage of kunstmatige ademhaling toe: de werkwijze is vergelijkbaar met die bij de mens.

Stop grote bloedingen provisorisch. Bijvoorbeeld: bij bloeding aan een poot leg je er een strak tourniquetverband op aan, net boven de bloeding (met behulp van een sjaal, mouw, koord en dergelijke).

Bij bloedingen op het lichaam moet je een doek strak op de wonde drukken (tegendruk veroorzaken). Liefst geen dingen doen als ontsmetten en dergelijke, want dit belemmert soms verdere verzorging. Indien er een 'vreemd lichaam'(stok, ijzer en dergelijke) in het lichaam van het dier is gedrongen, moet je dit altijd laten steken. Zo kan de dierenarts gemakkelijker zien welke organen eventueel door het penetrerend voorwerp geraakt zijn. Bovendien kan het 'vreemde voorwerp' net een bloedvat ervan weerhouden te gaan bloeden.

 

Val uit het venster

 

Dit gebeurt zeer vaak bij poezen,en helaas komen maar weinig dieren op hun pootjes terecht. De meest voorkomende verwondingen die daarvan het gevolg zijn, zijn: blaasruptuur, miltscheur, diafragma- of middenrifscheur, kaakfrakturen en gebroken poten.

Bij vervoer van het dier naar de dierenarts geldt ook hier de gouden regel: vervoer het dier plat (een wasmand is ideaal) en breng haar "zo snel mogelijk" naar de dierenarts. Beweeg haar zo weinig mogelijk en houd haar vooral warm!

Wat ook nogal frekwent voorkomt is een poes die geklemd raakt tussen de onderste spie van een open kantelraam. Nogal wat poezen proberen naar buiten te geraken langs een open kantelraam en komen klem te zitten tussen de onderste delen. Hun lichaam geraakt afgesnoerd met veelal zenuwletsels van de achterhand tot gevolg, en trauma van de buikorganen. Ook hier is een snelle tussenkomst vereist.

 

Verbrandingen

 

  • Dier springt vaak op kookplaten of kachel. Houd daarna meteen en langdurig de voetjes onder koud stromend water (wikkel dier in een handdoek, anders kun je zelf naar de dokter vanwege de krab of bijtletsels). Breng het dier zo vlug mogelijk naar de dierenarts voor een geschikte zalf en de nodige pijnstillende prikken en dies meer.
  • Na contact met vuur of heet water: houd het dier meteen onder koud stromend water en spoed je naar de dierenarts voor verdere verzorging (best de brandwonden niet ontsmetten).
  • Verbranding van neus, oog, lip, eventueel vacht als gevolg van bijtende produkten: spoel meteen overvloedig met water, neem het produkt mee naar de dierenarts om het hem te laten zien, en weerhoud het dier ervan de aangetaste plek te likken.
  • Een echte zonnesteek(="zonnebrand") komt zelden voor. Let wel op bij witte dieren. De oren van witte dieren zijn erg gevoelig voor zonnebrand; er ontstaan korsten op de oortop en oorranden. Werk met een verzachtende brandzalf.

 

Hitteslag

 

Hitteslag komt zeer vaak voor. Meestal doordat het dier in een kleine, afgesloten, door de zon beschenen ruimte (de auto !) verblijft zonder afdoende verluchting. Hij wordt geleidelijk aan suf ,krijgt een enorm hoge temperatuur en eventueel een rode verkleuring van de huid (deze krijg je te zien door de haren opzij te duwen). Het dier kan hieraan sterven.

Koel hem meteen af, stop hem in geen te koud water, spuit hem af met de tuinslang en leg op zijn hoofd en poten koude doeken (liefst doeken waarin je ijsblokjes hebt gedaan). Ga daarna onmiddelijk naar je dierenarts. Ter preventie: laat steeds de raampjes van de wagen iets openstaan en bereken het zo dat de draaiende zon later niet op de wagen kan schijnen.

 

Intoxicatie

 

Waarschijnlijk heeft u meer giftige stoffen in huis dan u denkt. Dat thinner en zwavelzuur giftig zijn zal u heus bekend zijn. Deze stoffen staan vast en zeker goed opgeborgen op een veilige plek. Maar wist u dat rookwaar, plantenmest en vlooienbanden ook giftig zijn? Vergiftigingen ontstaan doordat dieren iets giftigs hebben gegeten of giftig materiaal hebben opgelikt dat aan hun vacht is blijven hangen (bijvoorbeeld carbolineum). Vergiftigingen van knaagdieren en vogels zijn vrijwel altijd fataal. Als honden of katten iets giftigs hebben gegeten zijn ze vaak nog te redden, al is dit afhankelijk van de aard van de vergiftiging, de hoeveelheid giftige stof en......de juiste reactie van de eigenaar van het dier. Vergiftigingen met geneesmiddelen, schoonmaakmiddelen en tabak komen het meest voor. Neem altijd contact op met uw dierenarts als u denkt dat er gif in het spel is. Dierenartsen kunnen bij het vergiftigingeninformatiecentrum de meest recente informatie over giftige stoffen krijgen. Houd zo mogelijk de verpakking van het gif bij de hand. (Het is daarom verstandig giftige stoffen in hun oorspronkelijke verpakking te bewaren.) Is de dierenarts niet direct bereikbaar kijk dat in het volgende lijstje wat u zelf zou kunnen doen. Afhankelijk van het giftige product dat het dier binnen heeft gekregen zijn er verschillende manieren waarop u zou kunnen reageren. Soms is het verstandig het dier water te laten drinken waardoor het gif zich verdunt. Soms is het verstandig het dier te laten braken en soms kan braken juist heel onverstandig zijn. Dat is het geval als het om agressieve en/of bijtende stoffen gaat, die dan voor een tweede keer langs de slokdarm komen en deze ernstig kunnen beschadigen. Dieren die bewusteloos zijn kunt u beter geen water via de bek toedienen. Ook het laten braken is dan niet verstandig.

Bij opname is het voor de dierenarts meer dan nuttig te weten welk gif het dier heeft opgenomen, omdat er dan een doelgerichte antidotumtherapie kan worden ingezet. Neem het produkt eventueel mee naar de praktijk.

Probeer, indien het dier het gif kort tevoren heeft binnengekregen, te laten braken. Dit kun je zelf meestal niet. Ga daarom meteen naar de dierenarts, want sommige vergiften zoals strychnine, arsenicum en insekticiden kunnen zeer snel en dodelijk werken. De dierenarts zal dan een spuitje geven om te braken.

Voorkomen is ook hier beter dan genezen: laat je dier niet loslopen en/ of snuffelen in gebieden waar aan rattenbestrijding wordt gedaan.

Let ook op met knaagdierverdelging in je eigen huis; poes kan overal bij en wat is er gezelliger dan een onverwacht brokje kaas of brood op te peuzelen op een duister plekje...

Ook flink opletten met antivries: dit produkt valt bijzonder in de smaak van dieren en ze zullen gemorste vlekjes graag oplikken, met onomkeerbare nierbeschadiging als gevolg.

Is de gifstof niet gekend, of de vergiftiging al vergevorderd, dan is de kans groot dat een behandeling geen effekt heeft, en je toch het dier kan verliezen. Bereid je daar op voor.

 

Bijtwonden

 

Een hondebeet scheurt meestal de huid open. Spoel de wonde krachtig en overvloedig met water en ontsmet deze alvast (Iso-Betadine is een zeer goed ontsmettingsmiddel en niet erg pijnlijk op een wonde). Ga daarna naar de dierenarts voor eventuele hechtingen.

Kleine wonden zijn de venijnigste: ze helen weliswaar snel, maar vaak ontwikkelen er zich abcessen als gevolg van onvoldoende ontsmetting. Ook dan moet je naar de dierenarts voor de nodige medicatie.

Een abces herken je als volgt: het is een warmere plek op de huid, verdikt, soms fluctuerend, pijnlijk bij aanraking. Een abces moet altijd door de dierenarts worden geopend en grondig gespoeld.

Een kattebeet is veel gemener dan een hondebeet. De kleine, fijne tandjes dringen diep door en brengen een heleboel bacteriën mee naar binnen. De wonde is zo fijn dat de huid zich meteen sluit. In een dichte vacht merk je de wonde niet eens op. Na enkele dagen/weken zal er zich zeer vaak een abces ontwikkelen.

Dus wanneer je ziet dat je dier een beet krijgt, probeer dan niet zelf te ontsmetten want de infektie zit altijd onder de huid waar je niet kunt ontsmetten. Ga steeds naar de dierenarts om de nodige spuitjes tegen de infektie en zo nodig zal de dierenarts wel ontsmetten.

 

Gebroken poot

 

Als een bot helemaal doorgebroken is, spreekt men over een fractuur . Is het slechts gebarsten dan noemen we dat een fissuur . In het geval dat de huid rondom de breuk nog intact is, hebben we het over een gesloten breuk; steekt het bot daarentegen door de huid heen, dan heet dat een open of gecompliceerde breuk. Indien een bot in verschillende stukken is gebroken, is er sprake van een meervoudige breuk.

Bij een open breuk is er kans op infectie van het beenmerg; in zulke gevallen moet de wond eerst met een steriel gaasje afgedekt worden. Bij breuken aan de ledematen kan men een spalkverband aanleggen om het gebroken bot zoveel mogelijk te immobiliseren. Op deze manier worden complicaties voorkomen en wordt de hond pijn bespaard. Bij een breuk in de staart is het beter om zelf niets te doen; als gevolg van de beweeglijkheid van de staart ontstaat daardoor eerder meer schade dan dat de hond ermee geholpen is. Een gebroken onderkaak kan men immobiliseren door een bandje om de onderkaak te binden; let er hierbij wel op dat het bandje onder de tong doorloopt.

Botbreuken moeten altijd door een dierenarts behandeld worden ; zo maakt deze röntgenfoto's om de exacte stand van de botstukken te bepalen en de stukken vervolgens weer op hun plek te zetten. Hierna wordt het bot met behulp van een gipsverband of pennen gefixeerd. Het is belangrijk dat de hond geen pijnstillers krijgt, want als hij minder pijn voelt, zal hij het gebroken bot meer gaan belasten en voor een goede genezing is juist veel rust nodig.

 

Voetzoolkwetsuren


Je dier trapt in glas of puntige voorwerpen met als resultaat: een snee in de voetzool. Dit bloedt erg hard. Baad de poot in een ontsmettingsbad en leg een provisorisch verband aan, zodat er geen vuil in de wonde kan komen. Ga daarna naar de dierenarts voor de nodige spuitjes en tabletjes.

 

EHBO

 

EHBO voor honden: Inleiding
Onze honden zijn afhankelijk van ons om te overleven. Daarom moeten we weten wat we moeten doen in een noodgeval. Allereerst willen wij er echter op wijzen dat eerste hulp weliswaar het leven van uw hond kan redden, maar dat het nooit diergeneeskundige hulp kan vervangen. Eerste hulp wordt hoofdzakelijk geboden om te waarborgen dat een dier in leven blijft totdat de dierenarts arriveert. Eerst hulp bestaat uit de volgende vijf belangrijke stappen:

  • Een zorgvuldige beoordeling van de hond om de aard en de ernst van het letsel vast te stellen.
  • Onderzoek van de belangrijkste lichaamsfuncties en controle van aandoeningen en algehele toestand.
  • Noodzakelijke stappen nemen om het dier in leven te houden. Bij een ernstig gewonde hond kan reanimatie noodzakelijk zijn.
  • Basisbehandeling geven om eventuele pijn te verzachten en te voorkomen dat aandoeningen verslechteren.
  • Contact opnemen met een dierenarts en professionele hulp inroepen voor de gewonde hond.

Zodra u een gewonde hond ziet, moet u de situatie en de hond beoordelen. Stel uzelf de vragen: 'Wat is er gebeurd?', 'Is er nog steeds wat aan de hand?' en 'Breng ik mijzelf in gevaar als ik de hond in deze situatie probeer te helpen?' Is uw hond bijvoorbeeld gebeten door een andere hond, dan moet u de aanvallende hond misschien weg jagen voor u de aandoeningen van uw hond kunt behandelen. In gevallen van elektrocutie, verdrinkingsgevaar en rook of brand moet u eerst aan uw eigen veiligheid denken voor u zich over uw hond ontfermt. Verzekert u zich er altijd van dat de omgeving veilig is en de toestand niet verslechtert door actie te ondernemen.

De hond onderzoeken
Het beste kunt u thuis onder normale omstandigheden oefenen met het onderzoeken van uw hond. U krijgt dan een idee van wat normaal is en kunt dan in een noodgeval sneller en efficiënter beoordelen wat er aan de hand is.  In het volgende hoofdstuk staan de eerste controles die u moet uitvoeren bij een gewonde hond en de handelingen die onmiddellijk moeten worden verricht als uw hond bijvoorbeeld niet meer ademt. Het eerste wat u moet controleren is of uw hond nog bij bewustzijn is. (wees voorzichtig, omdat een gewond dier van zich af kan bijten). Als dat zo is, dan kunt u hem stabiliseren en controleren op tekenen van verwondingen of shock. Is uw hond echter buiten bewustzijn, controleer dan meteen zijn ademhaling. Wanneer uw hond niet ademt, moet u kunstmatige ademhaling toepassen en controleren of zijn hart klopt. Als dat niet zo is, zult u kunstmatige ademhaling moeten combineren met hartmassage (cardiopulmonale reanimatie, kortweg CPR). Deze technieken kunnen uw hond in leven helpen houden tot het moment dat de dierenarts arriveert.

Controleren op verwondingen
Als ademhaling en hartslag normaal lijken en er geen tekenen zijn die op een shock wijzen, dan kunt u de hond controleren op andere aandoeningen. Hoewel deze vaak ernstiger lijken (gebroken botten bijvoorbeeld), zijn ze meestal minder levensbedreigend dan shock of ademhalings- en hartproblemen.
U kunt uw hond onderzoeken op verwondingen door voorzichtig met uw hand over zijn gehele lichaam te voelen.
Kan uw hond niet op een poot staan? Onderzoek voorzichtig eerst het uiteinde van de poot en ga vandaar naar de romp. Zoek naar wonden, bloed, zwellingen en pijnlijke gebieden. Knip met een schaar vacht weg die samengeklit is door bloed en controleer de wond. Beweeg geen enkele ledemaat, tenzij dat noodzakelijk is. Vacht die samengeklit is door olie of vet kan erop wijzen dat uw hond door een auto is geraakt. Een hond die bij bewustzijn is, maar niet kan opstaan of met een gebogen rug loopt, kan letsel aan zijn ruggengraat hebben: let op elke verandering in de lichaamsvorm. Controleer de kop op verwondingen en besteed veel aandacht aan de ogen. De pupillen dienen even groot te zijn. Kijk ook naar het oppervlak van de oogbal: controleer die op troebelheid en tranen. Als uw hond het toelaat opent u de bek en controleert u op verwondingen, kwijl en vreemde voorwerpen, zoals stokken en botten.
Een hond met buikpijn kan zich ertegen verzetten dat u dat deel van zijn lichaam aanraakt, blijft in een gebukte houding of rekt zich regelmatig uit. De buik kan ook opgezwollen zijn en de hond kan regelmatig proberen zijn behoefte te doen. Als hij hoofdletsel heeft, schudt hij vaak met zijn kop of duwt zijn kop tegen een muur. Als uw hond pijn heeft of als zijn gedrag is veranderd, moet u onmiddellijk uw dierenarts waarschuwen.

EHBO voor honden: Wat u als eerste moet doen als u ter plekke bent

  • Controleer het bewustzijn
    Controleer of de hond bij bewustzijn is. Als dat zo is, houd hem dan goed in bedwang. Verroert de hond zich niet, kijk dan of hij reageert door zijn naam te noemen . Knijp vervolgens in de zoolkussens of trek zachtjes aan een poot om te zien of de hond deze terugtrekt Als een reactie uitblijft, controleert u de ademhaling.
  • Controleer de pols
    Voel de pols van de hond door uw vingertoppen in de kleine plooi tussen de spieren aan de binnenkant van de achterpoot te plaatsen. De pols moet krachtig en regelmatig zijn. De pols kan zwak en onregelmatig worden als de pols en zijn de ogen wijd geopend, start dan met reanimatie.
  • Controleer de hartslag
    Plaats uw vlakke hand stevig op de borst van de hond (direct achter de linker elleboog) om de hartslag te voelen. Bij kleinere honden is het soms gemakkelijker om de hele hand rond het onderste gedeelte van de borstkast direct achter de ellebogen te leggen. Tel het aantal slagen per vijftien seconden en bereken de hartslag per minuut. De slagen moeten krachtig en regelmatig zijn. De hartslag versnelt na lichamelijke inspanning, oververhitting, bij hartproblemen, bij shock en na pijn. Als u geen hartslag voelt, bereidt u zich voor op reanimatie.
  • Uw hond in bedwang houden
    Als uw hond bij bewustzijn is, moet u hem mogelijk in bedwang houden. Veel gewonde honden zijn angstig en kunnen veel pijn hebben. Soms moet u de hond zelfs muilkorven (een 'muilkorf' van een das of een panty voldoet ook). Een redelijk rustige hond die bij bewustzijn is en kan staan, kan verder in bedwang worden gehouden door hem tegen uw borst aan te houden met een arm losjes rond zijn nek. Spreek rustig en zacht tegen de hond tijdens een onderzoek. Leg de hond plat op zijn zij.
  • Controleer de ademhaling
    Als u de borstkas niet op en neer ziet bewegen, plaatst u uw hand erop om beweging te voelen. Als u geen beweging voelt, houdt u een doekje voor de neus van de hond om de ademhaling te controleren. Onder normale omstandigheden ademt een hond in rust tussen de 15 en 30 keer per minuut. De ademhaling van een hond is sneller en oppervlakkiger bij oververhitting, pijn, shock en hartproblemen. Als uw hond niet ademhaalt, controleert u zin hartslag en pols en bereidt u zich voor op het toepassen van kunstmatige ademhaling en/of hartmassage.

EHBO voor honden: reanimatie in het kort

  • Kunstmatige ademhaling:
    Een techniek die ook wel mond-op-neus beademing wordt genoemd. Het doel van deze techniek is dat uw hond van lucht wordt voorzien totdat hij zelf voldoende kan ademen. Leg de hond plat op zijn zij. Open de bek, trek de tong naar voren en verwijder blokkades als braaksel, een vastzittend botje, bloed of slijm.  Sluit de bek van de hond en hou deze dicht met een hand. Let op de borstkas van de hond. Vorm met de andere hand, met uw wijsvinger en duim, een 'O' en houd deze over de neus van de hond. Druk uw vingers strak aan, waardoor u een luchtdichte ring vormt. Blaas erin totdat u de borstkas van de hond ziet uitzetten. Haal uw mond van uw vingers en laat de longen helemaal leeglopen. Herhaal dit om de vijf seconden totdat de hond zelf begint te ademen. Combineer dit met hartmassage als u geen hartslag of pols voelt.
  • Cardiopulmonale reanimatie:
    CPR is een combinatie van kunstmatige ademhaling en hartmassage. Het primaire doel van hartmassage is dat er voldoende druk op het hart wordt uitgeoefend om bloed naar de hersenen te pompen, waardoor de hond in leven blijft totdat u professionele hulp krijgt. Als u besluit dat hartmassage nodig is, laat dan iemand meteen contact opnemen met de dierenarts. Zorg ervoor dat de dierenarts zo spoedig mogelijk komt: het geven van hartmassage vereist een grote inspanning van een persoon. Blijf de pols controleren terwijl u hartmassage geeft.
    • Leg een kleine hond op de rechterzij met zijn kop iets lager dan zijn lichaam en plaats uw duim en vingers aan weerskanten van de borst direct achter de ellebogen. Plaats uw andere hand op de rug van de hond om zijn lichaam te ondersteunen.
    • Knijp twee keer per seconde in de borst met snelle, stevige pompbewegingen (het hart wordt ingedrukt en er circuleert bloed door het lichaam). Dien tien seconden hartmassage toe en vervolgens vijf seconden kunstmatige ademhaling. Blijf dit herhalen tot u een hartslag voelt. Stop dan met de hartmassage en concentreer u op de kunstmatige ademhaling. Blijf ondertussen de pols controleren.
    • Plaats een middelgrote hond plat op zijn rechterzij met het hoofd lager dan het lichaam. Plaats de muis van een hand op de borst direct achter de elleboog. Plaats uw andere hand boven op de eerste. Maak stevige pompende bewegingen, ongeveer zestien keer per tien seconden. Combineer dit met kunstmatige ademhaling zoals hierboven beschreven.
    • Grote honden met een diepe borstkas kunnen het beste op hun rug worden gelegd met het hoofd lager dan het lichaam. Plaats de muis van een hand op het eind van het borstbeen en de andere hand boven op de eerste. Druk de borst steeds stevig in, in de richting van de kop, en herhaal deze pompende beweging dertien keer per tien seconden. Combineer dit met kunstmatige ademhaling. Vergeet niet de pols regelmatig te controleren en stop met de hartmassage als het hart van de hond vanzelf begint te kloppen.
  • Hartmassage kan heel wat kneuzingen veroorzaken, maar dit is een situatie van leven of dood en het is veel belangrijker om zuurstofrijk bloed te laten circuleren door het lichaam van uw hond totdat er professionele hulp beschikbaar is. CPR is makkelijker als twee mensen het doen: een past mond-op-neusbeademing toe (elke tien seconden vijf seconden beademen) en de ander hartmassage (tien tot twintig pompbewegingen gedurende tien seconden, met pauzes als de borstkas vol wordt geblazen). Als de verwondingen van de hond ernstig zijn (met veel bloedverlies bijv.), kan CPR zonder resultaat blijven. Als u na vijf minuten CPR te hebben toegepast nog geen pols voelt, dan is de kans klein dat u het leven van uw hond zal kunnen redden.

Ademhaling
Als u de borstkas niet ziet bewegen, leg dan uw hand erop om beweging te voelen die aangeeft dat de hond ademt.

Hartslag
Na de ademhaling van uw hond te hebben gecontroleerd, controleert u zijn pols en hartslag.

Vrije luchtwegen
Leg de hond plat op zijn zij. Open de mond, trek de tong naar voren en controleer op blokkades als braaksel, een vastzittend botje, bloed of slijm. Verwijder dit.

Kunstmatige ademhaling
Vorm met een wijsvinger en duim een 'O' en hou deze over de neus van de hond. Druk uw vingers strak aan zodat u een luchtdichte ring vormt.
Blaas door de ring.

Hartmassage
Plaats een middelgrote hond op zijn rechterzij. Plaats de muis van een hand op de borst en plaats uw andere hand bovenop


Onderkoeling en bevriezing


Blootstelling aan extreme koude kan het gehele lichaam afkoelen. Die abnormale lage lichaamstemperatuur noemen we onderkoeling.

Als de temperatuur midden in het lichaam heel laag is, kan de hond zelfs sterven.

Honden raken niet snel onderkoeld, maar na een te lange zwempartij in steenkoud water, langdurig in de sneeuw liggen of blootgesteld worden aan ijzige wind en koude, kan het toch gebeuren. Zeker als uw hond geen dikke vacht heeft.

Honden met korte haren of weinig lichaamsvetten zijn gevoelig voor onderkoeling. Ook bij een shock of na verdoving kan het gebeuren.

Jonge pups in de eerste week van hun leven moet u in een kamer leggen met een kamertemperatuur hoger dan 24ºC om onderkoeling te voorkomen.

Onderkoeling ontwikkelt zich langzaam. Uw hond kan eerst rillen, maar nog normaal doen. Na het rillen volgt futloosheid en ten slotte zwakte en oppervlakkige ademhaling. Ook voelt hij koud aan.

De lichaamsuiteinden (oren, staart en bij reuen de balzak) hebben het minste bescherming en zijn dus het gevoeligst voor bevriezing.

Zowel onderkoeling als bevriezing kan heel gevaarlijk zijn en vereist altijd een controle door de dierenarts.

De volgende symptomen kunnen op onderkoeling duiden: rillen, verwarring, slaperigheid, uitputting, rectale temperatuur lager dan 37ºC, stuipen of coma, zeker bij een magere hond of bij een hond met een dunne vacht die werd blootgesteld aan kou, of bij een pup of een oudere hond die herstelt van een shock of verdoving.

Bij onderkoeling reageert het lichaam door het samentrekken van de kleine haarvaten in de huid, waardoor de huid i.p.v. roze wit wordt.

Wat kunt u doen? U kunt eerste hulp toedienen en daarna naar een dierenarts gaan.

Wrijf hem zo snel mogelijk droog/warm met een handdoek of met een kledingstuk van uzelf. Zo stimuleert u de bloedsomloop. Wikkel hem ergens in om hem warm te houden en neem zo snel mogelijk zijn temperatuur op. Is deze lager dan 37ºC, ga dan zo snel mogelijk naar een dierenarts of bel hem.

Is de temperatuur 37 graden, houd uw hond dan warm door hem in een warme deken te wikkelen (warm de deken op door het in de wasdroger te stoppen), hem tegen een kruik aan te leggen (warmwaterkruik of fles met warm water in een handdoek wikkelen) of hem in een warme ruimte te leggen. Leg hem niet bij de verwarming en voer vooral niet te snel of teveel warmte toe. Ook baden in warm water kan helpen, maar wees voorzichtig.

Als de hond weer bij bewustzijn is, geef hem dan iets warms te drinken.

Als de hond zich lijkt te herstellen, neem dan weer de temperatuur op. Voor honden is 38 - 39ºC normaal. Zodra de temperatuur boven 37,8ºC is, haalt u de kruik weg, maar laat u de hond in een warme ruimte. Vermijd oververhitting.

Duurt het herstellen te lang, ga dan binnen 12 uur naar uw dierenarts.

Er wordt me wel eens gevraagd of de honden tijdens de winter aangekleed moeten worden. De meeste rassen krijgen in de winter een isolerende vacht, maar rassen als de Boxer, Dobermann en Yorkshire Terriër krijgen die niet. Hun lichaam zou extra beschermd kunnen worden.

In extreme koude omstandigheden kunt u ze een jas of zelfs sokken aantrekken.

De volgende symptomen kunnen op bevriezing duiden: bleke of rode en gezwollen huid aan de uiteinden van de oren, pijn in de oren, staart of klauwen bij aanraking, de huid blijft koud en verschrompelt.

Wat kunt u doen? U kunt eerste hulp toedienen. Ga binnen 12 uur naar een dierenarts.

Als uw hond werd blootgesteld aan extreme koude, onderzoek dan z'n pootjes, oren en staart op bleke huid en andere symptomen van bevriezing. Masseer de bevroren lichaamsdelen met een warme handdoek. Wrijf of knijp niet te hard, want daardoor kunt u de huid beschadigen.

Warm bevroren lichaamsdelen verder op met lauw water. De huid wordt rood als ze ontdooit. Gebruik geen te warm water, want als bevroren delen te snel worden opgewarmd, kunnen ze pijn doen.

Als de huid donker wordt, breng de hond dan meteen naar de dierenarts of laat hem zo snel mogelijk komen want dan is het al TE LAAT!

 

Steken van bijen, hommels en wespen


Steken op het lichaam kunnen pijnlijk zijn, maar zijn in de regel niet levensgevaarlijk voor de hond. Als de angel er nog in zit, moet deze met een pincet verwijderd worden zonder op het angelzakje zelf te drukken!

De hond heeft de neiging om naar alles te happen wat om hem heen zoemt. Een insectenbeet op een 'verkeerde' plaats kan een gevaar zijn voor uw hond. Een steek in de mond of keel kan gevaarlijk zijn als de zwelling zo hevig is, dat de ademhaling wordt belemmerd.

Als de hond moeite heeft met ademhalen, moet hij meteen(dringend!) naar de dierenarts gebracht worden, die een antihistaminicum toe kan dienen om verstikkingsgevaar te voorkomen.

Sommige honden zijn overgevoelig voor insectenbeten en kunnen last krijgen van braken, diarree, ademnood, rusteloosheid of apathie. Als deze verschijnselen zich voordoen, moet het slachtoffer meteen naar de dierenarts gebracht worden. Pas eventueel kunstmatige beademing toe.

Voor kunstmatige beademing zijn 2 methoden:

  • Borstbeademing:
    Leg het dier op een stevige ondergrond. Plaats twee handen naast elkaar op de borstkas (achter de schouderbladen) en druk die gedurende 3 seconden krachtig in. Laat snel los, zodat er lucht wordt aangezogen. Wacht 2 seconden en herhaal dit, in totaal twaalf keer per minuut. Houd bij het indrukken van de borstkas wel rekening met de grootte van de hond en de sterkte van de ribben. Borstbeademing kan alleen worden toegepast, wanneer het slachtoffer geen borstwond of gebroken ribben heeft en er geen sprake is van gezwollen slijmvlies in de voorste luchtwegen. In die gevallen moet u gebruik maken van de volgende methode:
  • Mond-op-neusbeademing:
    Voor sommige mensen is het misschien een onprettig idee deze vorm van beademing bij een dier te moeten toepassen. Bedenk echter wel, dat kunstmatige beademing een leven kan redden! Sluit de bek van de hond en trek de bovenlippen strak over de onderlippen heen, zodat er geen lucht kan ontsnappen. Plaats uw lippen over de neusgaten van de hond en blaas daar krachtig lucht in, gedurende 3 seconden. Controleer of de borstkas omhoog komt. Haal uw lippen weg en laat de lucht 2 seconden uitstromen. Herhaal dit twaalf keer per minuut. Het kan zijn, dat u dit 20 minuten moet volhouden, totdat deskundige hulp aanwezig is, de hond weer gaat ademen of duidelijk is overleden. U kunt aan de wijde pupillen zien, dat een dier is overleden. Een dier dat dood is reageert niet, wanneer u met een vinger voorzichtig een oogbol aanraakt.

 

Bloedingen


Er wordt onderscheid gemaakt tussen inwendige en uitwendige bloedingen; dit hangt af van de plaats waar de bloeding optreedt.

Bij uitwendige bloedingen is er sprake van slagaderlijke of aderlijke bloedingen.

Bij een slagaderlijke bloeding stroomt helderrood bloed op het ritme van de hartslag golvend uit de wond. Om doodbloeden te voorkomen moet zo'n bloeding zo snel mogelijk gestelpt worden. Bij een kleine verwonding is een drukverband hiervoor meestal voldoende.

Is de bloeding zeer ernstig, dan moet de grote aanvoerende slagader met de hand of met behulp van een knevelverband worden dichtgedrukt. Wikkel tussen de wond en het lichaam (het hart) een touw, koord, opgerolde lap of zakdoek om de hond en leg er een halve knoop in. Leg op deze knoop vervolgens een stok(je), pen of een ander lang en stevig voorwerp en maak hierop weer een platte knoop. Draai het houtje voorzichtig rond met de wijzers van de klok mee net zolang tot de wond stopt met bloeden. Bevestig het houtje in deze stand met behulp van een bandje. Zo'n tourniquet mag maximaal een uur blijven zitten, liefst moet er iedere vijftien minuten even wat bloed doorgelaten worden om het afsterven van het lichaamsdeel (door zuurstoftekort) te voorkomen. U mag een tourniquet uitsluitend om een poot of om de staart aanleggen, nooit om de hals of de kop!

Op andere plekken op het lichaam moet het bloeden gestopt worden door er een prop watten, gaas of een doek op te drukken.

Bij een aderlijke bloeding is de druk in de aders veel lager dan bij de slagaders. Hierdoor is een aderlijke bloeding minder gevaarlijk. De meeste aderlijke bloedingen zijn goed te stelpen door het aanleggen van een drukverband. Bij een grote aderlijke bloeding kan eventueel een knevel worden aangelegd 'onder' de wond, dus niet aan de kant van het lichaam of waar het hart zich bevindt. Aderen voeren het bloed immers weer terug naar het hart.

In het geval van haarvatbloedingen sijpelt het bloed uit de wond. Doordat haarvaten zo klein zijn gaat er nauwelijks bloed verloren en zal de wond zich door bloedstolling vanzelf sluiten.

Inwendige bloedingen komen voor na een ongeval of bij ziektes waarbij het stollingsmechanisme is aangetast. Zulke bloedingen treden het meeste op in de borst- en de buikholte; vaak worden de verschijnselen ervan pas zichtbaar als er al veel bloed uit de bloedvaten is gestroomd. Deze verschijnselen zijn: bleke slijmvliezen, een snelle pols en eventueel een shock. Bij het vermoeden van een inwendige bloeding is het zaak de hond zo snel mogelijk naar een dierenarts te brengen.