Deze website maakt gebruik van cookies
Wij maken op onze website gebruik van cookies. Door op ‘Accepteren’ te klikken, ga je akkoord met het gebruik van alle cookies zoals omschreven in onze cookieverklaring.
×
Lichaamsverzorging kat

Lichaamsverzorging

 

 

Uiterlijke verzorging


Alle katten hebben verzorging nodig, wat tijd kost. Kortharige katten hebben aan een regelmatige een borstel- en kambeurt genoeg, maar de vacht van langharige katten heeft minstens een kwartier per dag verzorging nodig om te voorkomen dat deze gaat klitten.

Door het borstelen van de vacht blijft deze glanzend en voorkom je dat je kat last krijgt van haarballen, als hij tijdens zijn wasbeurt zelf de losse haren oplikt. Ook kun je tijdens de kambeurten gelijk de aanwezigheid van vlooien of andere parasieten opmerken, zodat je je kat daar vanaf kan helpen.

Ook de nagels, oren, ogen en het gebit moet je regelmatig even nakijken. Als je hier een vaste gewoonte van maakt om het bijvoorbeeld om de 14 dagen te doen, went je kat er ook makkelijker aan en zal hij het misschien zelfs nog wel leuk gaan vinden.

Nagels: Door de nagels van je kat te knippen kun je voorkomen dat je schade krijgt aan je meubels of misschien aan jezelf. Als je kat ook naar buiten gaat, zal hij zelf ook zijn nagels aan een boomstam krabben en als je in huis een krabpaal neerzet kan dit ook helpen.

Bij het knippen van de nagels moet je wel even goed opletten. Je kunt het beste zelfs even aan je dierenarts vragen of hij het voor kan doen, of iemand anders met ervaring. Je moet je kat stevig vasthouden, of door iemand anders laten vasthouden, en daarbij op elk kussentje van elke nagel apart, zodat de nagels naar buiten komen, oftewel, uit de scheden.

Als je goed naar de nagel kijkt kun je dan zien dat de nagel van je kat twee kleuren heeft, een roze gedeelte in het midden en een witachtige bedekking die uitloopt tot het scherpe puntje. Het roze gedeelte bevat de bloedtoevoer en de zenuwen. Je moet er dus voor zorgen dat je hier niet in knipt, want dan doet het de kat zeer en gaat het bloeden. De scherpe witte puntjes is dood celmateriaal en kan je gerust afknippen.

Ogen: De ogen van een kat moet je ook regelmatig controleren. Er mag best een beetje vuil in zijn ooghoeken zitten, dat kun je zelf voorzichtig weghalen met een watje, gedoopt in afgekoeld gekookt water, of je kunt het voorzichtig met je schone pink verwijderen, maar dan moet je wel oppassen dat je niet in zijn oog prikt. Let bij de ogen ook op het derde ooglid, ook wel knipvlies genoemd. Dit vlies beweegt zich van de ooghoek aan de kant van zijn neus over het oog naar de andere zijde. Bij een gezonde kat is het derde ooglid niet zichtbaar. Dit knipvlies wordt zichtbaar als er bijvoorbeeld stof of kattenbakkorrels in het oog terecht zijn gekomen. Je kunt het verminderen door het oog met een beetje verdund oogwater te deppen. Als het knipvlies te zien is kan het er ook op duiden dat je kat een ziekte aan het krijgen is. Als in dit geval het knipvlies na 24 uur nog steeds zichtbaar is moet je een dierenarts raadplegen.

Over het algemeen geldt dat wanneer er maar bij een oog een knipvlies te zien is dat er iets in het oog zit. Als het bij twee ogen het geval is, is je kat waarschijnlijk ziek.

Als je kat last heeft van traanogen, kan dit duiden op niesziekte of katteninfluenza, vooral als het tranen van de ogen gepaard gaat met niezen. Het kan dan ook zijn dat je kat een allergie heeft. In dit geval is het ook verstandig een dierenarts te raadplegen, die kan je meer informatie geven.

Oren: Voor de oren geldt dat ze niet mogen ruiken en ze moeten er schoon uitzien, zonder oorsmeer. Je kunt de oorschelp met een vochtig watje reinigen, of heel voorzichtig met een wattenstaafje. Denk er dan wel aan dat je niet te diep in de gehoorgang peutert, want dit kan schade aan zijn gehoor veroorzaken. Als je bruine, wasachtige afzetting ontdekt, kan dit duiden op oormijt. Hiermee kun je het beste ook naar de dierenarts gaan, die kan het vaststellen en behandelen.

Gebitsverzorging bij de kat

Gebitsproblemen komen zeer veel voor bij honden en katten. Uit een recent onderzoek blijkt dat bij de kat 29 % van alle klachten waar de dierenarts mee geconfronteerd wordt, gebitsproblemen zijn. Bij de hond ligt dit nog iets hoger, namelijk 31 %. Kortom bijna 1 op de 3 dieren heeft last aan zijn gebit. Bij dieren ouder dan 3 jaar is dit opgelopen tot 85 % van de honden en katten. Kortom, de meeste huisdieren hebben dringend gebitsverzorging nodig. De gebitsproblemen bij de jonge hond en kat vallen in 2 groepen uiteen: problemen met de tanden zelf, of problemen met het tandvlees,het bot en de structuren waarmee de tanden verankerd zitten. In de figuur ziet u een doorsnede van een tand en parodontium. In dit artikel wilde ik het alleen hebben over de oorzaak en de gevolgen van tandsteen. Tandsteen begint met tandplaque dat zich vasthecht in de hoek tussen het huidflapje aangeduid als gingiva en het glazuur van de tand. Onder dit flapje blijven etensresten e.d. zitten. Hieruit ontstaat tandplaque. Deze tandplaque mineraliseert langzaam tot tandsteen,
en dit laatste is vijand nummer 1 van het gebit. Als gevolg van deze tandsteen gaat het huidflapje steeds losser zitten, waardoor dit uiteindelijk niet meer tot over het glazuur zit, en een deel van de wortel komt bloot te liggen. Deze wortel is vele malen minder hard en sterk dan het glazuur en is dan ook al snel rot. Het tandvlees wijkt steeds verder terug. Loszittende tanden zijn het gevolg, met uiteindelijk verlies ervan.
Er zijn een aantal factoren die het ontstaan van tandplaque versnellen: Kleine rassen (poedels, yorkshire terriër, maltezer) en honden met een korte snuit (pekingees, shih-tsu etc) hebben door de vorm van hun snuit meer en eerder problemen. Afwijkende stand van de tanden werkt het in de hand. De hoeveelheid mineralen in het speeksel is erfelijk bepaald: meer mineralen betekent meer plaque en ook zoet voedsel werkt tandbederf in de hand.

De belangrijkste klachten waarmee de dierenarts geconfronteerd wordt zijn:

  • Blijvend slechte adem
  • Chronische tandvleesontsteking
  • Loszittende tanden, tandverlies
  • Pijnlijke, gevoelige mondholte
  • Neusuitvloeiing, niezen
  • Kauwproblemen

Belangrijker echter nog zijn de gevolgen voor de rest van het lichaam en de algemene gezondheid van het dier. Dierenartsen noemen dit de systemische gevolgen. Via de opening langs de tandhals en wortel kunnen allerlei bacteriën het lichaam binnendringen. Er is als het ware een barrière verdwenen. Op al deze plaatsen kunnen dan bacteriën vastlopen en voor ontstekingen zorgen.

Kortom, regelmatige gebitsverzorging is van groot belang om aandoeningen te genezen en te voorkomen.
Wat kunt u doen?
Uw huisdier heeft nog geen problemen? Dan is goed en regelmatig poetsen van belang. Hiermee verwijdert u de plaque en zal er minder snel tandsteen ontstaan. Dring er bij uw dierenarts op aan, tenminste als hij dit niet al zelf doet, dat hij het gebit bij iedere controle goed inspecteert. Raadpleeg uw dierenarts indien u denkt dat er iets niet in orde is met het gebit van uw huisdier.

Uw huisdier heeft al tandplaque of tandsteen?
Laat dit professioneel reinigen door uw dierenarts, het beste is om het ook nog te laten polijsten, zoals uw eigen tandarts dat ook bij u doet na tandsteen verwijderen. Vervolgens weer regelmatig poetsen en goed controleren. Verder zijn bij de dierenarts ook speciale kauwstrips verkrijgbaar. Deze bevatten speciale enzymen die plaque helpen oplossen. Tevens heeft hij speciale brokken die de tanden reinigen. Uw dierenarts kan er meer over vertellen.

Samenvattend

Het is dus niet alleen bij mensen van het allergrootste belang om een gezond en gaaf gebit te houden. Ook onze huisdieren leven steeds langer, en moeten dus langer met hun gebit verder komen.

Controleer zeker bij de kat regelmatig zijn/haar gebit, niet alleen op het voorkomen van tandsteen, maar ook op het ontbreken van tanden. Let erop of alle tanden, melk- zowel als blijvende tanden, goed en op de juiste plek doorkomen. Laat bij twijfel de dierenarts het even controleren.

Het voedsel kan bij tandproblemen een grote rol spelen, vooral als je kat nog jong is en het gebit nog in ontwikkeling is. Om het tandvlees gezond te houden en plaque te voorkomen, kun je ervoor zorgen dat je kat altijd iets heeft om op te kauwen, zoals droog voer of een bot dat niet splintert. Als je kat steeds aan zijn kop krabt of weigert te eten, heeft hij misschien een losse kies of een tandvleesontsteking. Als dit het geval is kun je het beste direct naar de dierenarts gaan, want waarschijnlijk moet de kies getrokken worden en behandeld. Katten hebben heel vaak problemen met hun tanden en tandvlees. Wie een kat heeft moet eigenlijk regelmatig in de bek van hun dier kijken hoe de toestand daar is. Dieren met rood of zelf bloedend tandvlees, veel tandaanslag of een slechte geur kunnen het beste meteen door de dierenarts onderzocht worden.
Als voorzorgsmaatregel kan men de tanden poetsen met een zacht lapje of naar de dierenarts gaan om de tanden te laten reinigen.

 

Ziekten herkennen


Een kattenbezitter hoeft niet echt veel te weten over de verschillende ziekten, maar hij moet ze wel vroeg genoeg kunnen herkennen.
De volgende ziektekenmerken zijn een reden om naar de dierenarts te stappen:

  • Duidelijke gedragswijziging
  • Vraatzucht of gebrek aan eetlust, veel dorst
  • Vacht: glansloos, ruig, schilferig, sterke plaatselijke of algemene haaruitval
  • Huid: jeuk, roodheid, veel schilfers
  • Ogen: dof, troebel, voorgeschoven knipvlees
  • Uitwerpselen/urine: verminderde of toegenomen urine/uitwerpselen, bloed of andere toevoegingen
  • Veelvuldig braken
  • Sterk of aanhoudend hinken, moeilijkheden bij het gaan liggen of rechtstaan, pijnreacties, verdikken
  • Verkoudheid, druipneus
  • Hevig hoesten, hijgen
  • Evenwichtsstoornissen, wankelen
  • Koorts

 

Ook vertellen mensen me dat als je de poes flessenwater geeft in plaats van kraantjeswater ze minder haren verliezen in de rui.