Deze website maakt gebruik van cookies
Wij maken op onze website gebruik van cookies. Door op ‘Accepteren’ te klikken, ga je akkoord met het gebruik van alle cookies zoals omschreven in onze cookieverklaring.
×
Vaccineren kat

Vaccinatie

 

Hierna volgt een bespreking van het hoe en waarom van vaccinatie, aan de hand van vaak gestelde vragen in de praktijk.

 

Tegen welke ziekten wordt er gevaccineerd?


Hierna volgt een korte beschrijving :

  1. LEUCOSE="KATTENLEUKEMIE"
    Deze ziekte wordt veroorzaakt door een virus dat de afweer van de geïnfecteerde dieren sterk vermindert en eventueel bepaalde weefsels aanzet tot het vormen van gezwellen. De tijd tussen de infectie en de ziekte kan vrij lang zijn (maanden) en voornamelijk katten tot ondeveer 5 jaar blijken het gevoeligst. Tot voor een goede 25 jaar terug was dit virus volslagen onbekend. Een wetenschappelijks studie heeft aangetoond dat een kat in zijn leven 6 kansen maakt op 10 om besmet te worden. De ziekte is dodelijk voor de kat en is tegenwoordig de belangrijkste virale doodsoorzaak bij het dier. Deze ziekte kent een zeer traag verloop waarbij kankers worden gevormd en het lichaam wordt ondermijnd. Ze wordt overgezet via intensief contact tussen de katten, door speeksel(likken-bijten-niezen), en ook onder andere bij vechten(krabben) en dekking. Een infectie leidt tot een geleidelijke vermindering en uiteindelijke verdwijning van het weerstandsvermogen van het dier. Door dit immunosuppressief effect verlies de kat haar bescherming tegen besmettelijke ziektekiemen en wordt de weg geopend voor een reeks moeilijk te behandelen aandoeningen. De ziektesymptomen zijn vaak terugkerende koorts, bloedarmoede en een vergrote lever en milt. Ontstekingen in de mond, abcessen in het ganse lichaam en chronische ademhalingsinfecties komen ook voor. Ook ontstekingen in maag en darmen kunnen optreden. De besmetting kan pas met zekerheid worden gesteld mits een bloedonderzoek. De moeilijk te stellen diagnose wordt grotendeels verklaard door het groot aantal ziekten dat aan dit virus te wijten is en door het feit dat er jaren kunnen verlopen tussen het begin van de infectie en de dag waarop de eerste symptomen verschijnen. De behandeling van deze ziekte kan slechts tijdelijk het leven verlengen. De meeste katten overlijden binnen de 2 jaar die volgen op de infectie. Gelukkig kan een vaccinatie de dieren beschermen tegen het Leucosevirus en de ziekte die door dit virus wordt veroorzaakt. Zwerfkatten vormen een belangrijke besmettingsbron voor kattenleucose. Denk eraan dat deze katten natuurlijk niet gevaccineerd zijn. Vraag daarom de inenting aan uw dierenarts. Het is ook belangrijk te weten dat katten besmet met dit virus geen enkel risico betekenen voor de mens noch voor andere diersoorten behalve katachtigen. Het vaccin mag vanaf 9 weken leeftijd worden toegediend, en moet een 3-tal weken nadien herhaald worden om een jaar werking te hebben. daarna volstaat één jaarlijkse herhaling. Het vaccin mag samen met andere vaccins toegediend worden.
     
  2. KATTENZIEKTE = KATTENTYFUS = PANLEUCOPENIE
    Dit virus is verspreid over de ganse wereld en kent een zeer hoge mortaliteit(sterfte). Alle katachtigen zijn vatbaar, doch het virus gaat niet over op de hond. Besmetting gebeurt op allerlei manieren: via contact tussen dieren, via kledij, schoenen, kooien, alles waarmee een ziek dier contact heeft gehad. Het is een zeer besmettelijk en zeer resistent virus dat ongevoelig is voor de meeste ontsmettingsmiddelen. De meeste besmettingen verlopen bij zeer jonge dieren(minder dan 1 jaar). Het virus blijft zeer lang in de omgeving aanwezig. De besmetting vindt plaats door de opname of de inademing van virusdeeltjes die uitgescheiden worden door besmette dieren. De ziekte uit zich onder andere door hoge koorts en braken, en na enige tijd ook diarree dat tot uitdroging kan leiden. Ook hier is een vaccinatie mogelijk om de zieke te voorkomen, en eveneens dient de eerste toediening na een maand herhaald te worden, en nadien jaarlijks één maal.
     
  3. NIESZIEKTE = KATTENGRIEP
    De oorzaak van deze ziekte is een mengeling van verschillende virussen en een bacterie. Bij jonge katjes is deze ziekte vaak dodelijk, bij oudere katten meestal niet. De infectie treedt op door opname van besmettelijke virusdeeltjes verspreid door zieke dieren via niezen en eet-en drinkbak. Ook dieren die de ziekte lange tijd geleden hebben doorgemaakt kunnen nog virus uitscheiden, en andere poezen besmetten. De ziekte uit zich door koorts en een ontsteking van de slijmvliezen van de bovenste luchtwegen(neus en keel), de ogen, de mond, en later dan ook de longen. Ook hier is een vaccinatie mogelijk om de zieke te voorkomen, en eveneens dient de eerste toediening na een maand herhaald te worden, en nadien jaarlijks één maal.
     
  4. BESMETTELIJKE PERITONITIS = FIP
    Dit is eveneens een dodelijke ziekte die eveneens is België voorkomt en voornamelijk 2 vormen kent. Een eerste vorm is de zogenaamde "droge" vorm met aantasting en verschrompeling van de hersenen. Een tweede vorm is een vorm met vochtopstapeling in de buikholte, een zogenaamde "natte" vorm, met een gezwollen buik vol vocht als resultaat(buikvliesontsteking). De besmetting met dit virus komt tot stand door contact of opname van virusdeeltjes in speeksel, urine en ontlasting van besmette dieren. De ziekteverschijnselen zijn in de beginfase vrij algemeen zoals koorts, lusteloosheid en gewichtsverlies maar uiten zich naderhand door een opstapeling van vocht in buik-en/of borstholte of door ontstekingen van diverse organen zoals nier en centraal zenuwstelsel die niet direct zichtbaar zijn. Ook hier is een vaccinatie mogelijk om de zieke te voorkomen, en eveneens dient de eerste toediening na een maand herhaald te worden, en nadien jaarlijks één maal.
     
  5. RABIES = RAZERNIJ = HONDSDOLHEID
    Dit dodelijk virus is zeer gevaarlijk, ook voor de mens.Het is besmettelijk voor alle warmbloedige dieren. Het kan in België voorkomen in het zuiden van het land, beneden de Maas-Samberlijn. Het vaccin tegen rabiës is wettelijk verplicht, indien je verblijftt in de het zuiden van het land(Ardennen) of in het buitenland(wettelijk verplicht te vermelden in je Europees paspoort). Een besmetting komt meestal tot stand door een beet van een geïnfecteerd dier bv. een vos of een rat waarvan het speeksel virusdeeltjes bevat die via de beet in de wonde gebracht worden en zo het zenuwstelsel aantasten met na enige tijd gedragsveranderingen, agressief gedrag en meestal de dood tot gevolg hebben. De vaccinatie tegen hondsdolheid is in één toediening volledig voor één jaar. Ook hier dient om wettelijke reden het Europees paspoort ingevuld te worden om geldig te zijn, soms aangevuld met een Gezondheidscertificaat in sommige landen(zie rubriek reizen bij hond of kat).

 

Wat is een vaccin?


Een vaccin is een hulpmiddel voor het lichaam om zich te beschermen ten opzichte van bepaalde virussen die zonder die bescherming vaak van dodelijke aard zijn.

Het vaccin wordt gemaakt van een bepaalde hoeveelheid van het desbetreffend virus, verantwoordelijk voor een bepaalde ziekte. Deze virussen hebben echter vooraf een grondige verandering ondergaan, zodat ze niet meer besmettelijk zijn en zodanig afgezwakt zijn dat ze niet meer gevaarlijk zijn.

Dit geldt voor elk vaccin, zowel bestemd voor mens als dier.

 

Hoe werkt een vaccin?


Het vaccin wordt toegediend, met andere woorden: gewijzigde virussen komen het lichaam binnen. Ze veroorzaken geen ziekte, maar stimuleren in het lichaam de productie van beschermende bestanddelen, antistoffen genaamd. Deze antistoffen zijn specifiek, dat wil zeggen: een vaccin met virus x die verantwoordelijk is voor ziekte x, zal antistoffen in het lichaam doen ontstaan. Hierdoor is de mens/het dier niet meer vatbaar voor ziekte x, doch antistoffen X zullen het lichaam niet beschermen ten opzichte van ziekte y.

De bescherming die door een vaccin wordt verkregen, neemt af met de tijd en kan enkel gestimuleerd worden door een nieuwe vaccinatie, rappel- of hervaccinatie genaamd.

 

Waarom is een vaccinatie zondermeer een must voor je huisdier?

Denk maar eens aan polio(kinderverlamming) bij de mens: deze vreselijke ziekte behoort in onze streken gelukkig eindelijk tot de verleden tijd dankzij doeltreffende vaccinatie van alle jonge kinderen.

Hetzelfde geldt voor je huisdier: de ziekten waartegen gevaccineerd wordt, zijn dodelijk voor hem. Dus door een simpele prik kun je allerlei narigheid voorkomen zowel voor je huisdier, voor jezelf, als voor je andere huisdieren of die van anderen, want de ziekte waartegen gevaccineerd word, zijn uiterst besmettelijk!

 

Op welke leeftijd wordt er gevaccineerd?


Een algemene regel is: enkel gezonde dieren mogen worden gevaccineerd. Immers, een goede afweeropbouw kan slechts dan plaatsvinden, als het lichaam in een optimale conditie verkeert. Daarom moeten voor de vaccinatietoediening de dieren grondig worden ontwormd en onderzocht, want enkel dan slaat een vaccin goed aan. De kitten is tijdens zijn eerste levensweken beschermd tegen infectieziekten dankzij de maternale immuniteit, dat wil zeggen: via de moedermelk krijgt het afweermiddelen (antilichamen) in zijn bloed die de binnengedrongen virus kunnen doden. Daarom is de moedermelk en de biest (= de allereerste melk na de worp) zo intens belangrijk voor de kittens en daarom ook is de opfok van moederloze diertjes zo moeilijk en teleurstellend. Dit betekent echter ook dat, indien een vaccinatie wordt toegediend terwijl deze maternale afweerstoffen nog in het bloed van de kitten aanwezig zijn, het vaccin gewoon langzaam wordt vernietigd en aldus geen blijvende bescherming biedt tegen ziekten. Er moet dus telkens opnieuw gevaccineerd worden als de katjes jong zijn en pas definitief gevaccineerd worden, nadat deze maternale afweerstoffen uit het bloed van de kitten verdwenen zijn. Dit nu is juist de grote moeilijkheid: de leeftijd waarop deze verdwenen zijn, varieert van zes tot twaalf weken.

Concreet wil dit zeggen dat men een zogenaamde 'babyvaccinatie' geeft die misschien wel, misschien slechts gedeeltelijk aanslaat, en een 'volwassenvaccinatie' die altijd zal aanslaan.

  • De babyvaccinatie wordt gegeven op de leeftijd van zes tot negen weken, tegen katteziekte en katteniesziekte. Soms worden ook andere ziekten al op die leeftijd gevaccineerd, maar nooit alles tesamen op die jonge leeftijd.
     
  • De definitieve vaccinatie wordt gegeven op de leeftijd van twaalf' weken, tegen katteziekte en katteniesziekte, en eventueel leucose en FIP. Alleszins moet een eerste vaccinatie na 3 tot 4 weken herhaald worden om een jaar geldig te zijn. Nadien geldt één jaarlijkse herhaling om terug een jaar in orde te zijn. De vaccins bij katten bieden met één toediening GEEN levenslange bescherming !!!!

 

Hoe vaak wordt een vaccinatie herhaald?


Een vaccinatie moet herhaald worden omdat de, dankzij de vaccinatie verkregen, afweerstoffen in het bloed langzaam worden afgebroken. Op een gegeven moment is het dier dan niet meer tegen ziekten beschermd.

Nadat je kat eenmaal correct gevaccineerd is met de baby- en definitieve vaccinaties, moet elk vaccin jaarlijks trouw herhaald worden.

Indien het dier voor het eerst gevaccineerd wordt op oudere leeftijd, moet er na deze vaccinatie een herhalingsvaccinatie worden gegeven, en dit wel 3 tot 4 weken later. Daarna ook jaarlijks.

 

Welke vaccins zijn wettelijk verplicht?

 

  • De normale vaccinaties zijn wettelijk niet verplicht : je doet dit uit liefde voor je dier om hem allerlei narigheid te besparen en om andermans dieren niet in gevaar te brengen.
  • Anders is het wanneer je kat op pension gaat tijdens je vakantie. Elk pension zal van je eisen dat je het dier correct gevaccineerd en ontwormd aflevert, omdat hij anders een gevaar vormt voor zichzelf en voor de andere dieren in het pension.
  • De enige wettelijk verplichte vaccinatie is het vaccin tegen rabiës (= razernij = hondsdolheid), een zeer gevaarlijke ziekte voor alle warmbloedigen, inclusief de mens, met dodelijke afloop.
  • Indien je met je huisdier waar dan ook op camping, op vakantie naar de Ardennen (beneden de Maas-Samberlijn) of naar het buitenland gaat, moet hij gevaccineerd worden. Dit moet één maand voor je vertrek gebeuren. Je krijgt daar dan een officieel certificaat van in je "Europees Paspoort". Voor sommige landen is er ook een gezondheidsattest nodig. Vermits de wetgeving wat dit betreft om de haverklap verandert, geef ik hier een aktuele lijst per land elders in deze site.
  • Het Europees paspoort is verplicht voor dieren die het land verlaten. Bovendien is ook een identificatie van het dier verplicht om een Europees paspoort te verkrijgen. In dit paspoort komen dan alle noodzakelijke vermeldingen van vaccinatie en gezondheidscertificaat,enz.
  • Best neem je één maand voor je vertrek contact op met je dierenarts . Dan kan alles nog tijdig in orde gebracht worden.


Hoe wordt een vaccinatie toegediend?


Dit gebeurt heel simpel, namelijk via een injectie of met de druppelmethode. Het vaccin wordt onder de huid van het dier gespoten, wat volstrekt pijnloos is. Enkel de koude van het vaccin (vaccins moeten bewaard worden in de koelkast) durft wel eens reacties van het dier te ontlokken.

De druppelmethode bij de kat tegen de FIP houdt in dat een bepaalde hoeveelheid vloeistof in zijn neusgaten wordt gedruppeld omdat dat de enige manier is om afdoende te bescherming tegen FIP.

 

Wordt een dier ziek van de vaccinatie?


Volstrekt niet! Een vaccin werkt immers alleen stimulerend op het afweersysteem van het dier. Natuurlijk mag een vaccinatie nooit worden toegediend aan zieke of verzwakte dieren. Is dat wel het geval dan gaat het dier natuurlijk toch ziek worden, niet door de vaccinatie, maar wel doordat je extra weerstand vraagt van de poes die op dat gebied al in nood is.

Het gevaccineerde gezonde dier zal hoogstens wat suffer of slaperig zijn. Maar dat is eerder te wijten aan alle opwinding in de wachtkamer en op de onderzoektafel van de dierenarts dan aan het toegediende vaccin. Soms is de eetlust ook een tijdje afwezig tengevolge van de lichamelijke reactie op de vaccinatie.

Een enkele zeldzame keer kan er een antistof reactie ontstaan tegen de vaccinatie : een soort allergische reactie van het dier op de ingespoten vloeistof. Dit kan tot zwellingen op de kop en oogleden leiden, waarna je best contact opneemt met de dierenarts.

 

Hoe weet je of een dier gevaccineerd is?


Je krijgt of koopt een kitten of kat. Uiterlijk valt het niet op te merken of het dier gevaccineerd is. De enige manier om dit met zekerheid te weten is via bloedonderzoek, wat vrij kostbaar is. Indien het dier echter al gevaccineerd is, is er steeds door de behandelende dierenarts een vaccinatieboekje bijgegeven. Daarin staan gegevens als: de identificatie van het dier, en op welke datum welke vaccinaties werden verricht. Aan de hand van de data kun je aldus opmaken - rekening houdend met de leeftijd van het dier wanneer het tijd is voor de hervaccinaties. Wordt er geen vaccinatieboekje geleverd bij je pas aangekocht dier, wees er dan van overtuigd dat de poes, ondanks alle mooie praatjes van de verkoper, nooit is gevaccineerd. In dat geval moet je zo snel mogelijk naar je dierenarts toe. En zelfs al blijkt achteraf dat het dier al gevaccineerd was, een hervaccinatie binnen zeer korte termijn is absoluut onschadelijk. Eén enkele vaccinatie is in geen geval een jaar geldig zoals sommige mensen denken, het moet altijd korte tijd nadien herhaald worden om één jaar geldig te zijn. En zeker niet levenslang zoals sommigen durven beweren. Was het dier toch gevaccineerd zonder dat je het kunt nagaan, dan kan een hervaccinatie nooit kwaad. Je bent in dat geval beter zeker dan met twijfel te blijven zitten.

 

Vaccinatie-schema

 

Katje van 6-9 weken


Als het katje op 6-9 weken bij de fokker is gaat deze er meestal mee naar de dierenarts om de kittens na te laten kijken op aangeboren afwijkingen, en een algemeen onderzoek te doen.
We beginnen de kittens te vaccineren op 6 weken leeftijd.
Deze kitten-enting is tegen: Katten- en Niesziekte, en soms ook Leucose als de eigenaar dat verkiest. De volgende vaccinatie vindt plaats op 12 weken. Dit is dezelfde vaccinatie als de jaarlijkse enting.
Dit vaccin kan bevatten ,afhankelijk van de voorkeur en het budget van de eigenaar, Kattenziekte, Niesziekte,Leucose en FIP. Als alle vaccinaties gegeven worden, wordt soms een opsplitsing gedaan in meerdere sessies om de immuniteit beter te laten opstarten.

Deze vaccinatie wordt uitgevoerd met levend entstoffen voor een goede opbouw van de afweer.
De vaccinatie tegen katten- en nieszieke is bij de goede kattenpensions een voorwaarde voordat u de kat mag brengen voor een logeerpartij.

Vaccinatie is van belang voor uw kat, het kan een hoop problemen voorkomen. Daarnaast krijgt de kat de jaarlijkse check-up.
NB: voor een goed effect van de vaccinatie is het belangrijk dat (vooral) het kitten goed ontwormd is!

 

De volwassen kat


Het enten, of eigenlijk beter gezegd vaccineren, van katten is een regelmatig terugkerende gebeurtenis die voor de kat van groot belang is. Dit komt omdat katten in vergelijking tot mensen minder hygiënisch zijn in de omgang met hun omgeving en vooral met soortgenoten, waardoor de kans op besmetting vergroot. Ook hebben katten vaker contacten met ander (verwilderde) katten. Hierdoor hebben ze een veel grotere besmettingskans! Daardoor is het noodzakelijk de vaccinaties jaarlijks te herhalen.
Verder voert de dierenarts voorafgaand aan de vaccinatie een grondig lichamelijk onderzoek bij de kat uit. Dit jaarlijks terugkerend onderzoek is belangrijk omdat de kat niet zelf aan kan geven dat er iets aan de hand is.

Deze jaarlijkse enting bevat:

  • Kattenziekte
  • Niesziekte
  • Leucose
  • FIP
  • Aanvullende vaccins
  • Rabiës (Hondsdolheid)

NB: voor een goed effect van de vaccinatie is het belangrijk dat de kat (en vooral het kitten) goed ontwormd is!