Deze website maakt gebruik van cookies
Wij maken op onze website gebruik van cookies. Door op ‘Accepteren’ te klikken, ga je akkoord met het gebruik van alle cookies zoals omschreven in onze cookieverklaring.
×
Andere dieren - fret

Ziekten

 

De fret heeft is natuurlijk ook gevoelig voor ziekten. Hieronder staan er diverse, maar niet allemaal :

  • Zonnesteek : Fretten kunnen er niet tegen als ze in de directe zon staan en temperaturen boven 31 graden celcius is ook uit den boze, probeer dit dus te voorkomen. Je kan dit voorkomen door ze in de schaduw te houden, en zo er toch een oververhitting is, kan je ze afloelen met water van ongeveer 25 graden.
  • Oormijt : Dit is een ziekte die het meeste voorkomt bij de fret kunnen we stellen. Dit is te herkennen aan vieze oortjes die bevuilt zijn met bruin smeersel. Het beste is dan uw dierenarts te raadplegen.
  • Beenmerg-depressie : Het moertje is gedurende de gehele periode dat zij paarbereid is, vruchtbaar. Het moment van de eisprong wordt gestimuleerd door de eigenlijke paringsdaad (net als bij de poes). Dit noemen we geinduceerde ovulatie. Een gevolg hiervan is dat een ongedekt vrouwtje tot in het najaar vruchtbaar blijft. Heel deze periode heeft ze een hoge spiegel van oestrogeen (een hormoon). Als dit lang blijft duren heeft oestrogeen een nadelig effect op het welzijn van het vrouwtje.
    Ze zou een baarmoeder ontsteking kunnen krijgen en door erge bloed-armoede uiteindelijk beenmerg-depressie krijgen, hier zou ze aan kunnen bezwijken.
  • Nierproblemen : Dit is te herkennen aan mager worden van uw fret, ze gaan dan ook veel meer drinken. Ze krijgen dan ook een dunne vacht. Als zich de ziekte al een in een later stadium bevind is vermindering van eetlust ook aanwezig en vertonen zich ook zweertjes in de bek.

Dit zijn maar een paar dingen waar de fret mee te maken kan krijgen. Als je denkt dat je fret ziek is ga er dan mee naar de dierenarts. Je kunt beter 1 keer te veel gaan dan 1 keer te weinig .

 

SPIJSVERTERINGSSTELSEL:

 

Vreemd voorwerp in de maag
Door hun nieuwsgierige aard komt het nogal eens voor dat een fret iets opeet wat niet helemaal de bedoeling is. Vooral allerlei zacht materiaal zoals rubber wordt met name door jonge fretten nogal eens naar binnen gewerkt. Bij oudere fretten zijn haarballen regelmatig de oorzaak.

Verschijnselen: Braken is niet altijd een verschijnsel hoewel je dat wel zou verwachten. Echter fretten braken niet gemakkelijk. Meestal eet de fret slecht, vermagerd en is soms misselijk. Soms is er diarree of is de ontlasting zwart. Dit kan soms maanden duren.
Als het voorwerp in het darmkanaal vastloopt is de fret acuut ziek en in levensgevaar.

Diagnose: Het voorwerp is niet altijd op een gewone foto zichtbaar. Daarom altijd een contrast röntgenfoto laten maken.

Behandeling: Soms kan met een laxeermiddel voor katten (Kat-a-lax) het vreemde voorwerp worden uitgedreven maar meestal is chirurgie nodig.

Preventie: Eigenlijk zouden alle fretten van boven de 3 jaar leeftijd in de ruitijd, 3x per week wat Kat-a-lax moeten krijgen om vorming van haarballen te voorkomen!

        
Maagontsteking en maagzweren
Fretten hebben regelmatig last van een milde tot ernstige maagontsteking. Stress zou mede een rol kunnen spelen bij het ontstaan van deze ontsteking. Men moet dan denken aan bv. voerwisseling, te warme omgeving, te veel fretten bij elkaar gehuisvest, minder aandacht voor de fret door ziekte of drukke bezigheden van de eigenaar (zeker bij fretjes die alleen zitten. Realiseert u zich dat u dan het enige speelkameraadje bent)of het plotseling wegvallen van een kameraad fretje.

Verschijnselen: Een maagontsteking kan braakklachten geven maar eerder zien we gewichtsverlies, slechte eetlust en misselijkheid. Als er tevens een maagzweer ontstaat zijn de dieren veel zieker. Ze zijn dan erg sloom, willen niet eten, raken snel uitgedroogd en hebben soms zwarte ontlasting.

Diagnose: De diagnose kan soms pas door uitsluiting van vele andere ziekten worden gesteld. Daar acute sterfte mogelijk is, is het belangrijk dat met vakkennis naar deze fretten wordt gekeken.

Behandeling: Kaomycine en goed verteerbaar voer naast eventueel antibiotica kunnen een goede therapie zijn.

 

Darmontsteking
Evenals bij de hond en de kat kan een darmontsteking ontstaan door virussen, bacteriën en oorzaken die niet altijd te achterhalen zijn. Laat uw fret goed onderzoeken en laat de behandeling aan uw dierenarts over.

Proliferatieve darmontsteking
De oorzaak van deze ontsteking is nog steeds niet geheel duidelijk. De ziekte geeft een chronische diarree bij fretten onder 1 jaar leeftijd.

Verschijnselen: Deze diarree kan variëren van donkere vloeibare ontlasting, bloederige ontlasting tot groene slijmerige diarree. Vaak persen de fretjes erg op de ontlasting en is deze pijnlijk. De fretjes kunnen behoorlijk gewicht verliezen. Soms is er tevens een slechte eetlust.

Diagnose: De verschijnselen en het voelen van de verdikte darmen kan voldoende zijn. Evt. is een bloedonderzoek of biopt van de darmen een mogelijkheid voor het stellen van de diagnose.

Behandeling: Een langdurige behandeling met antibiotica en het geven van goed verteerbaar voedsel is meestal genezend.

 

Coccidiose
Dit is een infectie met een parasiet bij jonge fretjes. De infectie kan een behoorlijke diarree (evt. met bloed) geven. Hierdoor worden de fretjes sloom en raken snel uitgedroogd. De diagnose is eenvoudig te stellen door het laten onderzoeken van de ontlasting. Behandeling met een coccidiostaticum is dan afdoende, liefst in combinatie met een ondersteunende therapie als bijvoorbeeld infuus.

 

Voedsel intolerantie
Vroeger was het nogal eens gebruikelijk dat fretjes voor de jacht alleen werden gevoerd met wild (voor zover het aanwezig was) en melk en brood. Deze fretjes waren chronisch aan de diarree daar fretten niet goed tegen melk kunnen. Ook het geven van Nutrilon soya melk kan wat dunnere ontlasting geven.

 

Nier en leverproblemen
Deze kunnen klachten van het maagdarmkanaal geven. Bloedonderzoek geeft hierin meer inzicht.

Tumoren van het maagdarmkanaal
Tumoren uitgaande van het maagdarmkanaal komen zelden voor. Soms zijn ze door de dierenarts via het voelen in de buik al goed te voelen. Het is mij gelukt om bij een fretje van 1 kg. lichaamsgewicht een stuk darm te verwijderen (met daarin de tumor) met goed resultaat. Het gebruik van speciaal klein instrumentarium is daarbij wel vereist.

 

ADEMHALINGSSTELSEL:

 

Longontsteking
Bij een longontsteking is de fret altijd erg ziek en heeft koorts (boven de 39 graden Celsius). De fret kan soms moeilijk ademen en hoest wat onderdrukt. Op een röntgenfoto evt. in combinatie met een bloedonderzoek is de diagnose meestal goed te stellen. Bij een beginnende longontsteking kan het beeld minder duidelijk zijn. Laat de dierenarts een goed onderscheid maken met de cardiomyopathy. Bij deze laatste ziekte heeft de benauwde fret geen koorts.
De behandeling bestaat uit een intensieve antibiotica therapie.

 

Lymfoma van de zwezerik
Bij jonge fretten onder 2 jaar leeftijd komt een snel groeiende vorm van lymfoma voor. Meestal wordt de zwezerik hierbij geïnfiltreerd met tumorcellen.

Verschijnselen: Meestal een plots ontstane benauwdheid. Eventueel vooraf gegaan door een periode van slecht eten, gewichtsverlies en lusteloosheid.

Diagnose: Deze wordt met behulp van een röntgenfoto evt. in combinatie met een echo gesteld. Daarnaast kan een bloedonderzoek worden gedaan.

Behandeling: Soms kunnen tijdelijk erg goede resultaten worden verkregen door het gebruik van een corticosteroid met Vit C. Vaak sterft het fretje helaas binnen korte tijd.

 

HART

 

Cardiomyopathie
Dit is een hartaandoening die erg veel voorkomt bij fretten vanaf 3 jaar leeftijd. De congestieve vorm komt het meeste voor. Hierbij moet u zich voorstellen dat rek enigszins uit de hartspier is, waardoor het hart minder effectief kan samentrekken. Daardoor wordt het bloed niet goed genoeg rond gepompt en kan het zijn dat er bloed (vocht) in de longen achterblijft. Door dit vocht in de longen kan er niet zo gemakkelijk zuurstof worden opgenomen en krijgt de fret het benauwd.

De verschijnselen: Meestal is een versnelde en benauwde ademhaling en reden voor een bezoek aan de dierenarts. Maar vaak is daar al een periode van verminderde activiteit, gewichtsverlies en soms verminderde eetlust aan vooraf gegaan. Soms lopen ze wat zwak met de achterpoten. Hoesten is meestal niet aan de orde.

De diagnose: Een hartruis is slechts zelden te horen. De diagnose wordt gesteld aan de hand van de röntgenfoto evt. in combinatie met een ECG of echoscopie van het hart.

De behandeling: Fretten reageren over het algemeen erg goed op de behandeling met de juiste medicijnen. Een dieet met een laag zout gehalte, zoals het H/D dieet van Hill's voor katten kan een gunstig effect hebben maar is veel minder essentieel dan een juiste medicatie.

 

NIEREN EN BLAAS

 

Nieren
Nierproblemen komen veel voor bij oudere fretten. De oorzaak is slechts zelden bekend. Wat het meest opvalt is dat de fret magerder wordt. Daarnaast drinkt hij duidelijk meer. De vacht wordt vaak wat ruwig en dun. Bij een vergevorderd nierprobleem is de eetlust slecht, mede door de zweertjes die in de bek ontstaan.
Doordat de nieren niet goed meer functioneren hopen zich afvalproducten op in het lichaam. Deze afvalproducten maken het fretje ziek. Je kunt hier spreken van een interne vergiftiging. De nierfunctie kan onderzocht worden door het doen van bloedonderzoek. Belangrijk om te weten is dat vooral het Ureum gehalte belangrijk is. Het kreatinine gehalte in het bloed zegt weinig over de nierfunctie bij de fret.

Behandeling: Eigenlijk zou de fret aan de nierdialyse moeten, maar dat kan natuurlijk niet. Wel kan in eerste instantie de fret via een infuus goed worden doorgespoeld. Door het geven van een injectie met anabole steroïden worden de eiwitten uit de voeding beter gebruikt voor de opbouw van weefsel. Hierdoor zijn er minder afval producten van eiwit. Ook het geven van voeding met minder maar wel kwalitatief erg goed eiwit kan helpen (katten-nierdieet). Nadeel is dat fretten dit voer niet altijd zo goed eten. Probeer dan meerdere merken die verkrijgbaar zijn bij de dierenarts. Er zijn zeker 4 merken die zowel blikvoer als droogvoer hebben. Neem nooit een nierdieet van de dierenspeciaalzaak. Als de fret weigert nierdieet te eten geef hem dan zijn oude voer weer. Het is beter dat hij iets eet dan dat hij niets eet.
Daarnaast kan het geven van Enalfor, in een dosering aangepast voor de fret, worden gegeven. Dit middel verbetert de doorbloeding van de nieren.

Blaas
Het grootste blaasprobleem is urolithiasis bij het mannetje, dit is een verstopping van de pisbuis door gruis. De fret kan zeer moeilijk plassen. Ga hier zo snel mogelijk mee naar de dierenarts. Laat het gruis altijd onderzoeken in een laboratorium. Soms kan na de het opheffen van de obstructie een speciaal dieet de gruisvorming voorkomen. Ik heb echter zelf het vermoeden dat dit gruis vaak secundair is aan veranderingen in de pisbuis/prostaat, ontstaan onder invloed van bijnierproblemen. Als dat probleem wordt opgelost verdwijnt vaak de urolithiasis vanzelf.

 

KOP

 

De ogen:
Bij veel oudere fretten komt cataract (staar) voor. De eigenaar is zich echter vaak niet eens bewust van het feit dat de fret minder goed of zelfs niets meer ziet. Vaak is het een geleidelijk proces. De ogen zijn het minst belangrijke zintuig van de fret en ze redden zich er vaak erg goed mee.

De oren:
De oren zijn altijd geïnfecteerd met oormijt, tenzij ze behandeld zijn. De oormijt veroorzaakt ontsteking en irritatie van de gehoorgang. Fretten krabben niet zoveel als honden en katten. De infectie kan jaren zonder veel problemen aanwezig zijn. Maar uiteindelijk kan het trommelvlies beschadigd raken waardoor een middenoor ontsteking ontstaat.
In de oorschelp is een bruine prut zichtbaar. De dierenarts kan met een wattenstaafje wat oorsmeer onder de microscoop bekijken. De mijten zijn dan duidelijk zichtbaar.
De oren kunnen het beste behandeld worden met een speciale oormijtsuspensie voor de fret. Dit preparaat dringt dieper in de oren dan een zalf en kan geen kwaad voor de gevoelige oorranden. Het is verkrijgbaar bij de dierenkliniek. (€ 9.50 overmaken op giro 2910826 tnv Dierenkliniek "Brouwhuis" ovv oormijtsuspensie).
De oormijt infectie kan theoretisch op de hond en de kat overgaan maar praktisch gebeurd dat niet zo snel. Het is dan ook niet nodig om deze ook te behandelen.

Bij een middenoorontsteking is de fret ernstig ziek, heeft koorts, loopt met een scheve kop en kan doelloos rondjes gaan lopen. Dit is een ernstige situatie waarbij de oren onder narcose voorzichtig gespoeld moeten worden. Ga hiermee altijd naar een met fretten bekende dierenarts.

 

De neus:
Fretten niezen en hoesten nogal luid en krachtig. Zij gaan meer af op hun reukvermogen dan op hun gezichtsvermogen en inhaleren daarbij nogal wat 'vreemd' materiaal. Zo af en toe niezen en hoesten op een dag is niets bijzonders. Komt het echter frequenter voor dan is het mogelijk dat de fret last heeft van een allergische rhinitis of bronchitis. Als de fret geen zieke indruk maakt dan is het belangrijk om in de omgeving van de fret op zoek te gaan naar irriterende stoffen zoals hooi, stro, zaagsel of kattengrit. Maar ook schoonmaakmiddelen voor de vloer, de kooi of het wasmiddel voor de handdoekjes/fretten slaapzak kunnen problemen geven. Soms kan het tijdelijk buiten huisvesten van het fretje na een paar weken het hoesten en/of niezen doen verminderen. Dat is dan een extra stimulans om binnenshuis op zoek te gaan naar mogelijke irriterende stoffen voor het fretje. Als geen oorzaak wordt gevonden kunnen bepaalde geneesmiddelen verlichting geven.

 

Influenza (de griep):
Fretten zijn erg gevoelig voor het menselijke griepvirus. Ze kunnen er behoorlijk ziek van worden. Naast niezen en hoesten is hoge koorts gedurende 2 dagen een duidelijk verschijnsel. Andere verschijnselen zijn een natte neus en ogen, niet willen eten en lusteloosheid. De infectie duurt 7-14 dagen en moet eventueel met medicijnen behandeld worden. Jonge fretjes kunnen een bronchitis of longontsteking ontwikkelen ten gevolge van een secundaire bacteriële infectie. Die altijd laten behandelen door de dierenarts.

 

Hondenziekte:
Fretten zijn erg gevoelig voor het Hondenziekte virus en de ziekte lijkt in eerste instantie erg op Influenza (griep) maar heeft een veel dramatischer en fataal verloop. Deze ziekte wordt behandeld onder infecties.

 

Tandsteen:
Tandsteen komt veel voor bij oudere fretten. U kunt het gemakkelijk zelf ontdekken als u de lippen van uw fret optilt en kijkt naar de tanden en kiezen. Soms is het tandslijmvlies erg rood en ontstoken. Bij aanraking van dit ontstoken slijmvlies zal de fret door de pijnreactie de kop terug trekken. Onder narcose is dit probleem gemakkelijk te verhelpen. Eventuele slechte kiezen en tanden kunnen dan getrokken worden. Hoewel het prettiger is als de fret al zijn tanden en kiezen kan behouden is het geen ramp als er tanden of kiezen worden getrokken.

Afgebroken hoektanden:
De hoektanden kunnen gemakkelijk breken, vooral de bovenste hoektanden. Jagers knippen helaas soms de hoektanden. Wanneer het binnenste van de hoektand bloot komt te liggen kan dit pijnlijk zijn en lijden tot een verminderde eetlust. In dat geval kan deze beter worden getrokken. Laat dat echter niet te snel doen daar de hoektanden belangrijk zijn voor het binnen houden van de tong! Een fretje heeft daarnaast ook meer moeite met eten als hij de hoektanden mist.

      
Vlooien:
Vlooien, van die andere bijters, maar deze zijn niet als huisdier te houden, al denken de vlooien er soms anders over. Fretten krijgen vlooien, zeker als je ze eens mee naar buiten neemt. Vlooien leven op dieren en soms op mensen als ze niets beters kunnen krijgen. Ze vallen buiten van het ene dier en kruipen vervolgens op het andere dier, of pas uitgekomen vlooien gaan op zoek naar een geschikte plaats om verder te leven en dat is onze fret die we lekker buiten "uitlaten", of de vlo komt met het baasje mee. Blijkt ook nog een zwanger vrouwtjes vlo te zijn en al de fretten in huis zitten zich te krabben en het baasje ook.

Een kat krijgt een halsband met een giftige stof. Maar die bestaan niet voor de fret. Een hond stop je in bad met een anti-vlooien shampoo. Maar wat te doen bij onze fret? Er zijn verschillende mogelijkheden. Sommige werken, andere minder. Wel blijkt dat niets afdoende werkt, je zult elke kuur telkens opnieuw moeten herhalen.

Een goed onderscheid moet gemaakt worden tussen middelen voor de kat en die voor de fret, omdat zowel de gebruikte stof als een te hoge concentratie voor de fret dodelijk kan zijn. Wanneer door bijten of krabben de huid al geïrriteerd of ontstoken is, kunnen, vooral bij gelijktijdig gebruik van verschillende middelen, vergiftigingen bij de behandelde fret optreden. Door vaak stofzuigen, schoonhouden van de kooi kan een plaag voorkomen worden. Middelen voor een hond zijn af te raden, de gebruikte stoffen en concentraties zijn anders dan bij die van een kat.

Een shampoo, voor katten voldoet beter, gebruik niet te veel en zorg dat fret de shampoo niet in zijn ogen krijgt. Natuurlijk moet de fret wel in bad willen. Er zijn ook spuitbussen maar gezien de nevel die ze veroorzaken en de kans dat de fret die nevel inademt, lijkt mij dat geen goed idee. Wat je kan gebruiken is Bio-op van Bogena, dat is in een verstuiver. Het spul is geschikt voor zogende poezen en pups, met andere woorden, als een puppy iets van dat spul naar binnenkrijgt is dat niet gevaarlijk. Het product bevat geen giftstoffen en is volledig biologisch afbreekbaar. Nu is de fret wel geen kat maar toch lijkt het spul me redelijk ongevaarlijk. Spuit de fretten er lekker mee in, vanaf de staart naar de kop toe en houd de fret bij de kop vast. Ik doe dit bijvoorkeur buiten, tegen de wind in. Lekker inmasseren en de vlooien vallen vanzelf uit de vacht. Herhalen als het nodig is, maar natuurlijk zo min mogelijk, het blijft toch een soort van vergif.

 

DE BIJNIEREN

 

Wat zijn bijnieren:
Dit zijn twee kleine orgaantjes die vlak bij de nieren liggen maar daar verder weinig mee te maken hebben. Ze produceren hormonen die belangrijk zijn voor de stofwisseling van het dier.

Wat zijn bijnierproblemen:
Bij veel oudere fretten vanaf 3 jaar leeftijd ontaarden de bijnieren in een hyperplasie (een goedaardige toename van cellen) of een goed of kwaadaardige tumor. Deze ontaarde bijnieren gaan teveel geslachtshormonen produceren (androgenen, oestrogenen en progesteron). Deze overmaat van hormonen maken het dier ziek.

Wat voor ziekte verschijnselen heeft een fret met een bijnierprobleem:
In het begin van de ziekte komen de symptomen vaak in lichte mate alleen in de lente en de zomer voor (gelijktijdig met het voorplantings-seizoen). Pas het volgende voorjaar komen ze weer terug en zijn dan duidelijker en meestal blijvend.

Symptomen (in volgorde van frequentie van voorkomen):

  • Kaalheid wordt het meest waargenomen, meestal min of meer symmetrisch op de romp, kop of aan de poten. Fretten kunnen vrijwel helemaal kaal worden. Niet verwarren met het "kale staarten syndroom" in de zomer waarbij alleen de staart kaal wordt.
  • Droge, dunne vacht.
  • Jeuk, dit is een enkele keer het enige wat de eigenaar aan het fretje merkt. Veel fretten hebben regelmatig last van jeuk zonder dat er sprake is van een bijnierprobleem. Blijft de jeuk echter aanhouden of wordt deze steeds erger dan kan bij een oudere fret wel degelijk sprake zijn van een afwijkende bijnier.
  • Gezwollen vrouwelijk geslachtsorgaan bij een gesteriliseerd vrouwtje, eventueel met uitvloeiing uit de vagina.
  • Sexueel gedrag bij gecastreerde of gesteriliseerde fretten. B.v. een mannetje dat weer gaat dekken of een vrouwtje dat gaat slepen met andere fretten.
  • Toegenomen lichaamsgeur. Door de geslachtshormonen neemt de vetsecretie van de huid toe.
  • Minder speels, meer slapen.
  • Gewichtsverlies.
  • Moeite met plassen bij mannetjes. Door de hormonen wordt de prostaat vergroot en deze drukt het lumen van de plasbuis dicht. Ook dit kan soms het enige verschijnsel zijn.
  • Niet alle verschijnselen zijn bij elke fret waarneembaar. Het kaal worden valt wel het meeste op en is bij 90% van de fretten met een bijnierprobleem aanwezig.

Hoe kan de dierenarts de diagnose stellen.
Alleen al door de kenmerkende symptomen kan de diagnose door een ervaren fretten-dierenarts gesteld worden. Aanvullend kunnen een buikpalpatie of een echoscopie van de buik soms extra informatie geven. De bijnieren zijn echter zeer klein en meestal zijn kleine afwijkingen niet goed zichtbaar met de echo. Meestal zal tevens een bloedonderzoek gedaan worden om de lever en nierfunctie te screenen en om insulinomen (waardoor een te laag bloedsuiker-gehalte) op te sporen.

Hoe komt het dat zoveel fretten last hebben van die ontaarde bijnieren. De hypothalamus (een bepaald plekje in de hersenen) produceert een hormoon genaamd GnRH, dit hormoon stimuleert de hypofyse (een ander plekje in de hersenen) weer tot het maken van de hormonen LH en FSH. Deze hormonen die normaliter de eierstokken of testikels stimuleren werken bij de gecastreerde en gesteriliseerde fretten in op de bijnieren waardoor deze weer de bovengenoemde geslachtshormonen gaan produceren. De bijnieren gaan dus als eierstokken en testikels functioneren maar produceren veel te veel hormonen. Deze overmaat van geslachtshormonen maken de fretten ziek.

Waarom gaat de hypothalamus GnRH produceren: De bunzing waar de fret vanaf stamt wordt loops met het lengen der dagen. Zodra de dagen weer korter worden (najaar) stopt de loopsheid. De hypothalamus regelt dit en wordt hierbij getriggerd door de hoeveelheid licht die het dier ontvangt!
De huisdierfret zit binnen en heeft geen natuurlijke daglengte meer. Door het kunstlicht is het altijd "lente of zomer" oftewel altijd bronstseizoen. Hierdoor wordt de hypothalamus te vaak getriggerd tot de afgifte van GnRH.

Uiteindelijk zal door de overmatige overstimulatie van de bijnieren in eerste instantie een hyperplasie en daarna tumoreuze ontaarding ontstaan. Dit is ook de reden dat vaak beide bijnieren zijn aangetast. Hoewel we meestal zien dat ze na elkaar problemen gaan geven.

Wat is de beste behandeling voor een fret met bijnierproblemen.
Chirurgie:
De beste behandeling blijft het chirurgisch verwijderen van de aangetaste bijnier. Het is belangrijk dat alleen dierenartsen die veel ervaring hebben deze operatie uitvoeren. De rechter bijnier zit vast aan de grootste ader die de fret heeft (de achterste holle ader). Het verwijderen van deze bijnier is een moeilijke procedure en kan bij dierenartsen die hier geen ervaring mee hebben ernstige bloedingen veroorzaken waardoor de fret overlijd.
Medicinale behandeling met Lupron: Lupron is een hormoon dat een remmende werking heeft op de afgifte van GnRH door de hypothalamus. Dit resulteert uiteindelijk in een remming van de afgifte van de geslachtshormonen door de bijnieren. Alle symptomen verdwijnen en de fret wordt weer speels en als vanouds. Alleen als de bijnier al kwaadaardig is ontaard dan helpt het niet meer. Maar in 75% van de bijnierproblemen is het effectief.
Medicinale behandeling met Lysodren: Van dit middel is inmiddels voldoende bekend dat het onvoldoende resultaat geeft omdat het vooral de corticosteroid producerende cellen van de bijnier vernietigt en niet de cellen die de geslachtshormonen produceren. Daarnaast heeft het veel te veel bijwerkingen.

Doen alsof het winter is is beter. Het is mogelijk dat een deel van de symptomen verdwijnen als een fret met een bijnierprobleem niet meer dan 8-9 uur licht per dag krijgt, ook in de zomer.

Conclusie: de beste optie bij fretten met bijnierproblemen blijft het chirurgisch verwijderen door een gespecialiseerde dierenarts.

Is dat om wat voor reden niet mogelijk dan zijn er de volgende alternatieven: Behandeling met Lupron injecties
Een beperkte lichtschema van 8-9 uur per dag.

Wat is de prognose voor een fret die is geopereerd. Indien er slechts één bijnier is aangetast dan zal na verwijdering van die bijnier, het fretje volledig herstellen. Maar het is mogelijk dat na een aantal jaren de andere bijnier een probleem gaat vormen. In dat geval zou Lupron ideaal zijn. Zijn beide bijnieren aangetast dan zal meestal de linker volledig en de rechter gedeeltelijk worden verwijderd. Meestal geeft dat een goed resultaat.

Wat is de prognose voor een fret die niet wordt geopereerd: de ziekte heeft een langzaam verloop en ook zonder behandeling is het niet direkt dodelijk. Het is echter niet zo dat een operatie van een kale fret alleen een cosmetisch effect heeft. De fretjes worden wel degelijk een stuk aktiever en speelser na verwijdering van de aangetaste bijnier. Bij fretten met jeuk, sexueel gedrag, loopsheid of moeite met plassen zal een operatie uiteraard altijd zeer zinvol zijn.

Preventie: Hoe zou ik kunnen voorkomen dat mijn fret een bijnierprobleem krijgt. Gezien het effect van licht en kunstmatig licht op het hypothalamus-hypofyse-bijnier systeem is het waarschijnlijk dat fretten die buiten gehouden worden minder snel problemen krijgen. Voor binnen fretten geldt dan, dat in de winter als het buiten donker wordt de fretten binnen ook donker gehuisvest zouden moeten worden. Dus zet de fretten in een kamer waar je het licht uitdoet als het buiten donker wordt.

Aangezien er nog volop onderzoek wordt gedaan naar de oorzaak van de bijnierproblemen bij de fret en nog lang niet alles duidelijk is zou ik dit advies niet te letterlijk nemen. Het is voor het welzijn van het fretje belangrijk dat als je alleen SS in staat bent om hem vrij rond te laten lopen dat hij dat dan ook kan doen.

 

TUMOREN

 

De volgende tumoren komen regelmatig voor bij de fret:

  • Bijniertumoren
  • Insulinomen
  • Huidtumoren
  • Milttumoren, een vergrote milt komt regelmatig voor bij fretten en is vaak niet het gevolg van een tumorreuze ontaarding van de milt. Meestal is het meer een reactie van het fretten lichaam op een andere ziekte. Laat dus bij een vergrote milt altijd de hele fret goed nakijken.

Vroeger werden veel vaker vergrote milten verwijderd tegenwoordig weten dat het eerder een symptoom is dan een ziekte van de milt zelf.

Lymfoma van de zwezerik:
Dit komt bij jonge fretten voor, zie hiervoor longen/keel. Lymfoma is de "klassieke vorm' met een duidelijke vergroting van de lymfeklieren. In een later stadium worden ook de inwendige organen aangetast zoals de lever, nier, longen en milt. De ziekte verloopt langzaam maar is altijd fataal. Deze vorm komt vooral bij oudere fretten voor. De ziekte verschijnselen zijn die van een "weg kwijnende fret": sloom, slechte eetlust, vermageren, veel slapen, soms diarree, soms koorts. Uiteindelijk sterft de fret. De diagnose kan gesteld worden door een naaldbiopt uit de lymfeklier, milt of beenmerg. Behandeling is niet mogelijk.

 

INFEKTIES

 

Hondenziekte:
Fretten zijn zeer gevoelig voor Hondenziekte en de ziekte verloopt altijd fataal. De ziekte komt niet zo vaak meer voor. Een mildere vorm door het gebruik van verkeerde entstoffen wordt nog wel eens gezien. Hierbij zijn gelukkig de ziekte verschijnselen milder en hoeft het dier niet te overlijden.

De verschijnselen: De ziekte begint met een huidontsteking onder de kin en aan de lippen, soms ook rond de anus en in de liesstreek. Vervolgens kunnen de verschijnselen gaan lijken op een heftige griep. Dan wil de fret niet eten, is lusteloos, heeft koorts. De ogen en neus zijn nat van de heldere tot pussige uitvloeiing. Hoesten kan ontstaan door een tevens optredende longontsteking. De voetzooltjes kunnen verdikt en hard worden.
Na enige tijd ontstaan (als het fretje niet al is gestorven) verschijnselen van het zenuwstelsel: overmatig speeksel, excitatie, draainek, afwijkende oogbewegingen, spiertrillingen en toevallen.

Diagnose: Bij het levende dier is de diagnose alleen op basis van de ziekteverschijnselen en een IFT test op een oogslijmvlies swab, bloeduitstrijkjes of afkrabsels van andere slijmvliezen te stellen. Bij het gestorven dier is het belangrijk sectie door de Universiteit Utrecht te laten doen. De plaatselijke gezondheidsdienst heeft veel te weinig ervaring met fretten om goed sectie te kunnen doen.

Behandeling: Alleen als er een milde vorm tgv een verkeerde vaccinatie is ontstaan is een behandeling zinvol.

Preventie: De ziekte is gemakkelijk te voorkomen door enting met het juiste vaccin. Zie hiervoor entingen.

 

Aleutian Disease:
Deze ziekte wordt veroorzaakt door een parvovirus met een wisselende mate van virulentie. Het virus is wel verwant aan het honden- en kattenparvovirus maar is niet hetzelfde. Dat betekent dat entingen die bij honden en katten gebruikt worden ook geen effect hebben bij de fret. Ook bij nertsen komt dit virus voor en waarschijnlijk is het parvovirus van de fret een mutant van de nertsenstam. In Nederland komt Aleutian disease bij nersten erg veel voor. Het is dan ook niet verstandig om fretten in de buurt van nertsen te huisvesten.

Het virus veroorzaakt bij de fret een enorme toename van antilichamen. Normaliter moeten deze antilichamen het virus neutraliseren maar om onbekende redenen doen zij dit niet. Zij vormen tezamen immuuncomplexen en deze slaan neer in diverse organen zoals oa. de nieren, lever, het ruggenmerg, het maagdarmkanaal en de bloedvaten. Hierdoor ontstaan ontstekingen in deze organen. Als er een milde ontsteking aanwezig is dan lijkt de fret redelijk normaal. Bij een ernstige ontsteking zal het fretje ziek worden en symptomen vertonen afhankelijk van welke organen zijn aangetast. Daarnaast veroorzaakt het virus een immuundepressie wat betekent dat het fretje minder weerstand heeft tegen andere infecties.

Het verloop van de besmetting: De besmetting tussen dieren is mogelijk via de lucht (over een afstand van waarschijnlijk niet meer dan een meter) maar meer gebruikelijk verloopt besmetting via direct contact met een geïnfecteerde fret (of nerts). Het virus kan via speeksel, bloed, urine en ontlasting worden overgedragen. Ook is overdracht mogelijk via besmette kleding of kooien.

Niet alle fretten die in aanraking komen met het virus worden ziek. Echter nog belangrijker is dat niet alle dieren die het virus bij zich dragen hierdoor ziek worden, oftewel als de CEP test (zie verder) positief is kan het zijn dat het dier nooit ziek wordt. Dit zijn de zogenaamde gezonde dragers. Echter deze dragers vormen wel een potentieel gevaar voor andere fretten omdat zij het virus wel verder kunnen verspreiden.

De symptomen: Doordat verschillende orgaansystemen aangetast kunnen worden is er niet een duidelijk typisch voor Aleutian disease ziektebeeld te beschrijven. De ziekte uit zich vooral als een chronisch progressieve aandoening. Indien het ruggenmerg is aangetast zal de fret vooral neurologische verschijnselen zoals zwakte of verlamming van de achterhand vertonen. Meestal wordt gewichtsverlies gezien maar dat is helaas een symptoom dat vrijwel bij elke ziekte voorkomt. Ander mogelijke verschijnselen zijn sloomheid, bloed in de ontlasting, bloedarmoede, toevallen en verschijnselen van een slechte nier of leverfunctie. Plotselinge sterfte zonder veel voorafgaande verschijnselen is ook mogelijk.
Het is echter belangrijk om niet uit het oog te verliezen dat veel van de bovengenoemde klachten meestal door andere (vaker voorkomende) ziekten worden veroorzaakt. De meeste fretten die namelijk in contact zijn gekomen met het AD virus worden namelijk nooit ziek.

Het stellen van de diagnose: De diagnose is niet te stellen op de symptomen die het fretje vertoont. Ook met de hierna volgende testen die genoemd worden is de ziekte niet met zekerheid aan te tonen. De diagnose kan pas met zekerheid gesteld worden bij sectie van het dier waarbij van de verschillende organen weefselonderzoek wordt gedaan. Dan is echter het fretje dus al gestorven! Bij alle levende dieren kunnen we dus ondanks alle testen alleen maar een vermoeden van deze ziekte hebben.

De meest gebruikte test (wereldwijd) op Aleutian disease is de CEP (counterelectrophoresis) bloedtest. Met deze test toon je in het bloed antilichamen tegen het virus aan. Helaas zijn vals positieve en ook vals negatieve resultaten mogelijk. De test is dus niet 100% betrouwbaar. Daarnaast geeft een positieve test alleen maar aan dat er antilichamen in het bloed aanwezig zijn. Zoals hierboven al eerder is vermeld, wil dat nog niet zeggen dat de fret ziek is of wordt door het AD virus. Sommige fretten met Aleutian disease vertonen een stijging van de gammaglobulinen in het bloed. Een verhoging van deze eiwitfractie kan dus ook een aanwijzing zijn.

Behandeling: Er is géén behandeling voor deze ziekte. De fretten kunnen eventueel ondersteund worden met speciale voeding, ontstekingsremmers of antibiotica. De omgeving (in een huishouden) is vaak moeilijk te ontsmetten. De aanbevolen middelen zijn vaak te agressief om in een woning te gebruiken. Aanbevolen middelen zijn oa. natronloog, formaline of Parvo-tech. Het virus kan echter 2 jaar in de omgeving actief blijven. Bij nertsenfarms is bekend dat het virus 12 jaar in de grond aanwezig kan blijven.

Preventie: Een vaccin bestaat niet. Zoals eerder genoemd zijn vaccins die bij parvoinfecties van honden en katten worden gebruikt voor de fret niet effectief omdat het een heel andere stam is. Fretten die positief zijn met de CEP test kunnen het beste geïsoleerd worden. Dat wil zeggen dat ze niet in contact dienen te komen met andere fretten dan die van het huishouden waar ze in leven. Dus niet meenemen naar frettendagen. Het lijkt niet zo zinvol om ze in het huishouden waar ze leven apart te houden van de andere fretjes. Die hebben immers al lang contact gehad met de positieve fret.

 

VERGIFTIGING

 

Waarschijnlijk heeft u meer giftige stoffen in huis dan u denkt. Dat thinner en zwavelzuur giftig zijn zal u heus bekend zijn. Deze stoffen staan vast en zeker goed opgeborgen op een veilige plek. Maar wist u dat rookwaar, plantenmest en vlooienbanden ook giftig zijn? Vergiftigingen ontstaan doordat dieren iets giftigs hebben gegeten of giftig materiaal hebben opgelikt dat aan hun vacht is blijven hangen (bijvoorbeeld carbolineum). Vergiftigingen van knaagdieren en vogels zijn vrijwel altijd fataal. Als honden of katten iets giftigs hebben gegeten zijn ze vaak nog te redden, al is dit afhankelijk van de aard van de vergiftiging, de hoeveelheid giftige stof en......de juiste reactie van de eigenaar van het dier. Vergiftigingen met geneesmiddelen, schoonmaakmiddelen en tabak komen het meest voor. Neem altijd contact op met uw dierenarts als u denkt dat er gif in het spel is. Dierenartsen kunnen bij het vergiftigingeninformatiecentrum de meest recente informatie over giftige stoffen krijgen. Houd zo mogelijk de verpakking van het gif bij de hand. (Het is daarom verstandig giftige stoffen in hun oorspronkelijke verpakking te bewaren.) Is de dierenarts niet direct bereikbaar kijk dat in het volgende lijstje wat u zelf zou kunnen doen. Afhankelijk van het giftige product dat het dier binnen heeft gekregen zijn er verschillende manieren waarop u zou kunnen reageren. Soms is het verstandig het dier water te laten drinken waardoor het gif zich verdunt. Soms is het verstandig het dier te laten braken en soms kan braken juist heel onverstandig zijn. Dat is het geval als het om agressieve en/of bijtende stoffen gaat, die dan voor een tweede keer langs de slokdarm komen en deze ernstig kunnen beschadigen. Ook kan het toedienen van Norit, een laxeermiddel, koffieroom of boter verstandig zijn. Dieren die bewusteloos zijn kunt u beter geen water via de bek toedienen. Ook het laten braken is dan niet verstandig.

 

WORMEN EN ANDERE INWENDIGE PARASIETEN

 

Onze fretten zijn gelukkig niet echt gevoelig voor wormen. Met andere woorden een fret heeft zelden last van wormen. Maar zelden is niet gelijk aan nooit. Een fret kan besmet raken door kontakt met in het wild levende dieren, kontakt met ontlasting van katten en honden en via de voeding, het eten van besmet voedsel. Wormen en andere darmparasieten zijn moeilijk te herkennen, vaak is de enige manier de microscoop. De meest voorkomende problemen bij deze infecties zijn: buikkrampen, diarree en vermageren. Het is dan belangrijk dat een dierenarts de ontlasting van de fret onderzoekt. Lintwormen zijn vaak te herkennen aan kleine witte deeltjes in de ontlasting en rond de anus, ze bewegen vaak nog. Spoelworm, Lintworm en Haarworm zijn de meest voorkomende worminfecties.

Veel worminfecties kunnen ook de mens besmetten, enige voorzichtigheid is dus wel geboden. Gelukkig zijn de meeste infecties goed te behandelen. Voor hond en kat wordt vaak aangeraden prefentief te behandelen, voor een fret kan dit natuurlijk ook, maar echt noodzakelijk is het niet. Er zijn verschillende middelen die goed werken in de handel, maar ik verwijs hiervoor graag door naar een goede dierenarts met verstand van fretten.

Diaree en braken komt regelmatig voor bij fretten. De oorzaken zijn vaak niet zo bijzonder, zich verslikken in een frettenbrokje. Een verstopt en bedorven snoepje opeten. Zich gewoon een dagje niet lekker voelen. Niet ernstig dus.

Het wordt ernstiger als de fret diaree blijft houden, eventueel bloederige of zwarte ontlasting, geen eetlust heeft, sloom is. Fretten die diaree hebben, moeten goed in de gaten gehouden worden, zeker als de fret ook geen eetlust heeft. Een fret droogt snel uit zorg dat hij voldoende water krijgt en ga snel naar een dierenarts. De hieronder vermelde parasieten en bacteriën veroorzaken niet altijd symptomen bij de fret, de fret is echter wel een besmettingsbron voor andere. Bij een behandeling is het vaak nodig om ook de overige fretten te behandelen en zelfs andere huisdieren.

Helicobacter
Helicobacter mustelae is een vervelende bacterie die in de maag van fretten voorkomt. Het is een veelvoorkomende bacterie, vrijwel elke fret krijgt het. Besmetting vind vaak plaats op jonge leeftijd en door uitwerpselen.
De fret heeft meestal weinig last van deze bacterie die een maagontsteking of maagzweer kan veroorzaken. Een enkele keer neemt het echter ernstigere vormen aan. Vaak veroorzaakt door verzwakking als gevolg van een ander ziekten of stress. De fret eet niet of slecht en vermagerd. Ze kunnen tekenen van misselijkheid vertonen, dit is te merken aan het tanden knarsen, en braken. Diaree en zwarte ontlasting (is ontlasting vermengt met bloed) zijn andere symptomen. Bij een eventuele maagzweer worden de dieren nog zieker. De behandeling bestaat uit bepaalde antibiotica en maagzuurremmers.

Coccidiosis
Coccidiosis wordt veroorzaakt door een parasiet in de darmen. Ook hier vind de besmetting plaats via ontlasting. De diagnose kan gesteld worden door ontlasting onderzoek. Echter niet in elk poepje zal de parasiet voorkomen. Coccidiosis kan ook voorkomen bij honden en katten.
De parasiet veroorzaak diaree met slijm en bloed, de fret eet slecht en er kan gewichtsverlies optreden. Vooral pups zijn gevoelig voor de parasiet.
De behandeling is eenvoudig maar dient wel bij alle aanwezige fretten en liefst ook honden en katten te worden toegepast, niet elke fret die Coccidiose heeft wordt namelijk ziek.

Toxoplasmose
Infectie met toxoplasmose geeft darmklachten die lijken op coccidiose, maar ook problemen in andere organen omdat toxoplasmose zich niet beperkt tot de darmen, maar ook in lever, nieren, milt en hersenweefsel kan voorkomen. Besmettingsbronnen zijn oa. Besmette katten.
Deze parasiet kan ook besmettelijk zijn voor mensen via de ontlasting van fretten en katten. Diagnose kan plaats vinden via een bloedtest. De behandeling is lastig maar wel mogelijk.

Lintworminfecties
Lintwormen geven niet echt ziekteverschijnselen, maar vaak zijn “rijstekorrels” of nog bewegende witte lintwormdeeltjes in de ontlasting zichtbaar. Bij ernstige besmetting kunnen de fretten buikkrampen en buikklachten krijgen als gevolg van verstopping van de darmen door grote hoeveelheden wormen. De infectie is goed behandelbaar.

Spoelworminfectie
Bij fretten komen dezelfde soorten voor als bij honden en katten. Bij ernstige besmetting zien we buikklachten, krampen en vermagering, soms diaree. Deze wormen zijn ook besmettelijk voor mensen.

Haarworminfectie
Haarwormen zijn parasieten die voor kunnen komen in het darmkanaal en de longen. Besmetting komt vaak door kontact met in het wild levende dieren. Ook deze worminfectie is goed behandelbaar.