Deze website maakt gebruik van cookies
Wij maken op onze website gebruik van cookies. Door op ‘Accepteren’ te klikken, ga je akkoord met het gebruik van alle cookies zoals omschreven in onze cookieverklaring.
×
Andere dieren - konijn

Verzorging

 

Kort gezegd:  Een konijn heeft in principe niet veel verzorging nodig. Dagelijks eten en schoon water, lichaamsbeweging, wekelijks een schoonmaakbeurt van het hok, af en toe de nagels (laten) knippen en 2x per jaar naar de dierenarts voor de vaccinaties en algemene lichaamscontrole. Meer is er eigenlijk niet nodig.

Daarnaast heeft uw konijn ook dagelijks aandacht nodig. U zult hem ook in het begin moeten trainen om zindelijk te worden, te luisteren naar zijn naam en te leren wat hij wel en niet mag doen (bijvoorbeeld op de bank springen).

Al deze onderwerpen worden in het kort besproken op deze pagina, en ook op de pagina "opvoeding".


Lichaamsbeweging

 

Het is erg belangrijk dat uw konijn voldoende lichaamsbeweging krijgt. Een konijnenkooi of hok biedt gewoonweg niet genoeg ruimte om lekker te rennen en te springen. Zorg daarom voor een ruime konijnenren in de tuin waar je konijn de hele dag naar hartelust in rond kan lopen of zorg dat je konijn minstens een paar uur los kan lopen in een kamer.

Konijnen zijn slimme dieren en zijn gemakkelijk te trainen. Maar konijnen zijn ook eigenwijs. Als je even niet oplet, doen ze soms toch wat niet mag. Daarom is het belangrijk dat de ruimte waar je konijn loopt veilig is. Buiten in de tuin is dat niet zo'n probleem; Een goede ruime konijnenren met overkapping en gaas of stenen op de bodem is goed genoeg. Binnen in huis zul je meer aanpassingen moeten doen. Denk bijvoorbeeld aan de kabels van elektrische apparaten, giftige kamerplanten en boeketten, schoonmaakmiddelen, etc.

De meeste volwassen konijnen zijn van nature zindelijk en kunnen probleemloos de hele dag los in de kamer lopen. Zo niet, dan helpt het als u het konijn laat castreren. Het konijn kiest zelf zijn plaats(en) uit waar het zijn behoefte wil doen. Het enige dat u hoeft te doen is op die plaats(en) een toiletbak te zetten. Dat kan bijvoorbeeld een hoektoilet uit de dierenwinkel zijn, maar wij hebben ook goede ervaringen met de onderkant van een aardappelbak. In die bak doet u een beetje bodembedekking van uw keuze.

Kiest uw konijn een vervelende plaats om zijn behoefte te doen, zet daar dan toch een bak neer. Vervolgens verschuift u de bak iedere dag een klein stukje. Totdat de plek wél goed uitkomt voor u. Geef het konijn in het begin niet teveel ruimte. Begin met een stuk van 2 vierkante meter en zet daar 2 bakken in. Zorg dat hij eraan went om op de bak te gaan. Beloon hem door lekkere dingen in de bak te leggen. Als dat goed gaat maakt u de ruimte groter. In het begin heeft u wellicht 5 of meer bakken nodig. Na een paar weken kunt u er steeds 1 weghalen. Als het goed is gaat het konijn dan gewoon op de andere bakken. Blijf belonen. Doe bijvoorbeeld een pluk hooi in elke bak. Het is niet erg als uw konijn hooi eet waar het net op heeft geplast.

Een konijn leert alleen door beloningen. Bijvoorbeeld met een lekker stuk groente. Je kunt je konijn wel waarschuwen als je ziet dat het iets gaan doen wat niet mag door streng NEE te roepen, en/of af te leiden met iets anders. Een konijn dat de stoelpoten kapot knaagt kunt u extra veel dingen geven waar het wél aan mag knagen zoals een telefoonboek, wilgentakken, etc. Hou wel rekening met natuurlijk gedrag van een konijn. Graven bijvoorbeeld is niet af te leren, snoepen van een plant ook niet. Maar op de bank springen, of naar een andere kamer lopen is wel af te leren (als u dat wilt).

Konijnen zijn, net als katten, zeer zindelijk. Ze wassen zich zelfs nog meer! In hun hok zullen de meeste konijnen dan ook hun toilethoek hebben. Sommige factoren doorkruisen dit gedrag.

  • Een vruchtbare ram zal zijn territorium afbakenen door urine te sproeien.
  • Ram en voedster zullen op onbekend terrein een spoor van keuteltjes achterlaten. Hun visitekaartje, zeg maar. "Hallo, iedereen, ook wij zijn hier geweest".

Sommige konijnen drinken meer dan het gemiddelde, wat meestal aan hun hok te zien is. Vaker schoonmaken is hier de enige oplossing.
Je kan een bakje plaatsen in de toilethoek zodat je dit dagelijks kan schoonmaken, wat uiteindelijk werkbesparend is en voor een betere hygiene zorgt.

Speelgoed kan belangrijk zijn in het leven van een konijn. Het geeft hen een mentale en fysieke stimulatie. Vooraleer je speelgoed geeft aan je konijn geeft moet je nagaan of het van niet-toxisch materiaal gemaakt is. Sommige konijnen spelen met het speelgoedje, maar de meeste zullen er op kauwen. Wees erg voorzichtig met wat je geeft en pas op met plastic. Dat hoort helemaal niet thuis in het buikje van je konijn.

 

Huisvesting.

 

De grootte van de kooi is afhankelijk van het ras en van het aantal dieren dat erin gehouden wordt. Minimale maten voor een, klein konijn zijn 50x40x50 cm (LxBxH). Het materiaal is bij voorkeur glad (hout is minder goed schoon te houden, veel gebruikt wordt plastic, beton en gaas). De kooi moet voldoende kunnen ventileren, vooral om de ammoniakgeuren (uit de urine) laag te houden. Om deze reden, en om de besmettingskans met parasieten te verminderen, moet de bodembedekking 2x per week verschoond worden. De bedekkingslaag moet voldoende dik zijn om urine te absorberen en beschadiging van de hakken(hielen) te voorkomen.

Kooien, eet- en drinkbakjes moeten gemaakt zijn uit niet-giftig materiaal en bestand zijn tegen knagen. Meestal gebruikt men kooien die volledig of deels gemaakt zijn van plastic met of zonder tralies. Houten kooien kunnen gebruikt worden, maar zijn eerder moeilijk proper te houden. De afmetingen van de kooien hangen af van het te houden ras. Meestal worden konijnen gehouden op strooisel. Een voldoende dikke laag neemt goed de urine op.

Indien de dieren te lang gehouden worden op een eerder klein oppervlak kunnen verveling, te veel eten (met overgewicht tot gevolg), gebrek aan beweging of spijsverteringsproblemen optreden. Dit kan tegengegaan worden door de dieren een grote kooi te geven (eventueel met verschillende verdiepingen), hooi te voorzien, te zorgen voor een kooigenoot of speelgoed. Het konijn kan eventueel vrij rondlopen in huis, maar in dit geval moeten wel de nodige voorzorgen worden genomen.

Eerst en vooral moet er voor gezorgd worden dat de dieren niet aan elektrische leidingen kunnen knagen. Dit kan gebeuren door de leidingen te omhullen met hard en stevig plastic of deze leidingen of stopcontacten te verschuilen achter meubels zodat de dieren er niet bij kunnen.

Planten moeten uit de buurt van de dieren worden gehouden. Let er ook op dat de dieren niet beginnen te knagen aan synthetische stoffen zoals bijvoorbeeld tapijt omdat deze zaken het spijsverteringsstelsel kunnen blokkeren. Dit kan u vermijden door het dier “natuurlijke materialen” te geven om aan te kangen zoals hooi, hout of strooien matten.

Veel konijnen worden buiten in een hok ondergebracht. Het is het beste als er een ruime ren is waar het konijn zelfstandig in en uit kan lopen. Als de tuin goed is afgeschermd (let op: konijnen kunnen goede tunnels graven) dan kan het konijn ook los lopen in de tuin. Pas altijd op voor roofdieren (vossen, bunzingen, roofvogels) en andere huisdieren (vreemde honden en katten).

De plek waar het hok staat moet in de schaduw en uit de wind staan. Let ook op dat er geen regenwater naar binnen kan vallen.

Buitenkonijnen en hun verblijf moeten goed schoon gehouden worden. Anders trekt het vliegen aan. Die vliegen kunnen eitjes leggen rond de anus van uw konijn. Wanneer de eitjes uitkomen eten de larven het konijn van binnen uit op. Dit kan binnen een paar uur dodelijk aflopen.

De ideale omgevingstemperatuur voor een konijn is 16 graden.
Heeft u uw konijnen in een schuur, zorg dan altijd voor een goede ventilatie.
Wilt u uw konijn in de garage houden, parkeer daar dan niet de auto. Voorkom dat uw konijn giftige dampen inademt. Konijnen zijn van nature ook erg bang van de geur van motorolie en benzine.

Het konijnenverblijf moet regelmatig worden schoongemaakt. Afhankelijk van de bodembedekking en de grootte van het hok moet dat ongeveer elke week. Als uw konijn gebruikt maakt van een toiletbak kunt u die 2x per week verschonen en de rest van het verblijf minder vaak.

Als bodembedekking kunt u gebruik maken van kranten, zaagsel, beukensnippers, houten kattenbak korrels, hennepvezel, stro, hooi en zeoliet. U kunt de verschillende bodembedekkers combineren. Welke het beste is hangt af van uw voorkeur. Kranten en zaagsel zijn goedkoop, maar gaan ook snel stinken. Zeoliet is duurder, maar u hoeft maar eens in de 3 weken schoon te maken.

 

Nagels knippen

 

Net als bij de mens blijven konijnennagels doorgroeien. In de natuur moet het konijn hard werken, het moet lopen, holen graven en als de winterhonger hem drijft, knollen uit de grond werken. Het gedomesticeerde konijn is bevrijd van al deze kopzorgen, maar krijgt er wel eentje bij als zijn eigenaar niet voldoende aandacht schenkt aan die doorgroeiende nageltjes.

Worden de nagels van een volwassen konijn niet tijdig geknipt dan groeien ze krom. Het konijn kan dan nog moeilijk lopen en na een tijdje wordt dit lopen ook pijnlijk. Het kan zelfs leiden tot misvormingen van het gewricht.

Voor de leeftijd van zes maanden moeten de nagels zelden geknipt worden. Daarna kan men ze best eens per maand bijknippen. Dit kan met eender welk nagelschaartje, maar er zijn heel handige tangetjes verkrijgbaar in de meeste dierenwinkels, die het werk heel wat makkelijker maken.
Je steekt de nagel door het gaatje en knipt. Heel eenvoudig als je het een keer hebt zien doen.

OPPASSEN : Een nagel is niet helemaal dood materiaal, er zit ook "leven" in en als je dat raakt doe je het konijn niet alleen veel pijn, je zult ook schrikken van het bloeden. Bij witte konijnen kun je dit leven echt heel makkelijk zien. Door de witte, doorschijnende nagel loopt een rode streep waar je dus moet afblijven. Bij donkere nagels kun je het niet zien en moet je meer op het gevoel afgaan. Nagels hoeven echt niet superkort. Knip ze af daar waar de haarlijn ophoudt .

Knip je per ongeluk toch in het "leven", stop dan het bloeden en ontsmet de gewonde plaats met een ontsmettingsmiddel dat geen alcohol bevat (Neosabenyl bijvoorbeeld).

Veel mensen vinden dit eng om te doen, maar eigenlijk stelt het niet veel voor. U kunt een speciaal nagelknippertje uit de dierenwinkel gebruiken, of een grote teennagel knipper . De nagels van een konijn zijn hol en in het beginstuk zit een bloedvat en zenuwen, dat wordt het 'leven' genoemd. Bij witte nagels is dat te zien als een rood streepje. De nagels moeten een paar millimeter boven het leven afgeknipt worden. Als het leven niet te zien is, kunt u de nagels afknippen tot waar de haren eindigen. Dan zit u altijd goed. Konijnen hebben aan de voorpoten 4 tenen en een duim onder de poot. De achterpoten hebben maar 4 nagels! Durft u het niet, of blijft uw konijn niet rustig zitten, vraag het dan aan uw dierenarts of aan iemand anders die er meer ervaring mee heeft.

 

Vaccinaties

 

In België heersen twee zeer besmettelijke konijnenziektes: Myxomatose en VHS / RHD. Als uw konijn ermee besmet raakt, is er niets meer aan te doen. Hij wordt hij ziek en gaat binnen enkele uren tot dagen dood. Deze ziekten heersen vooral in de zomermaanden. De virussen worden op allerlei manieren verspreid; via kleding en schoenen, muggen, contact met besmette dieren, voedsel, etc. Gelukkig kunt u uw konijn er tegen laten inenten. Veel dierenartsen hebben de vaccinaties in huis. Informeer bij je dierenarts. De vaccinatie tegen RHD / VHS werkt 6 maanden, die van Myxomatose 3 tot 6 maanden.

Het algemeen onderzoek : het is verstandig om uw konijn minstens één maal per jaar te laten onderzoeken door een dierenarts. Dat kan bijvoorbeeld wanneer u uw konijn laat vaccineren. De dierenarts controleert dan het gewicht, kijkt naar het gebit, en luistert naar het hart en longen en voelt aan de buik.

Nog enkele raadgevingen.
Denk eraan de dieren in een tochtvrije omgeving te houden en plotse temperatuurschommelingen te vermijden. Zorg er ook altijd voor dat de dieren dagelijks hooi en groenvoer krijgen. Konijnen zijn heel gevoelig aan storingen van het spijsverteringstelsel en als de dieren minder of niet meer willen eten moet hier direct de nodige aandacht aan besteed worden.

Indien u merkt dat uw dier niet meer wil eten of drinken, vermagert, ademhalingsproblemen of bewegingsstoornissen vertoont, zijn/haar vacht niet meer in conditie is of indien u andere abnormale zaken opmerkt, kunt u beter bij uw dierenarts langs gaan.

 

Voeding

 

De meeste konijnen krijgen brokjes te eten. Hierin zit alles wat ze nodig hebben. Daarnaast is goed hooi erg belangrijk voor het konijn. Groenvoer mag (met mate!) altijd bijgevoerd worden. In principe mogen konijnen zoveel eten als ze willen (bij gemengd voer wel opletten dat ze alle bestanddelen in de goede hoeveelheid opeten).

Dagelijkse voederopname (droge konijnenkorrel): 5% van het lichaamsgewicht.
Drankopname: 10% van het lichaamsgewicht.
Uitzondering: zogende voedsters nemen veel meer voeder en water op.
De totale wateropname is afhankelijk van het aantal jongen en het tijdstip in de lactatie, en bedraagt gemakkelijk meer dan, 1 liter per dag.
De maximum melkproductie is op ongeveer 3 weken p.p.Invloed van het ruwe celstof-gehalte op de gezondheid van de dieren.

Cellulose wordt praktisch niet verteerd maar is noodzakelijk als ballast voor een goede darmwerking. Daarbij mag de vezel niet te fijn gemalen zijn. Anderzijds zal de korrel gemakkelijk breken als de vezels niet fijn gemalen zijn zodat hier een optimum moet nagestreefd worden. Bij te laag ruwe celstofgehalte of te fijn gemalen vezels verhoogt het risico op diarree als gevolg van de vertraagde darmpassage. Dit wordt zeer vaak vastgesteld in de praktijk, alhoewel bij laboratoriumproeven aangetoond werd dat extreem lage cellulose-gehalten geen sterfte gaven, wel groeivertraging. Ook kan men de spijsverteringsstoornissen niet uitsluiten door een optimaal gehalte aan ruwe celstof, alleen de frequentie verminderen.

Goede voeding is belangrijk voor konijnen, het moet alle voedingsstoffen bevatten die het konijn nodig heeft. In de natuur zoeken wilde konijnen zelf wat ze nodig hebben. Onze tamme konijnen kunnen dat niet, en al zouden wij ze op een terrein neer zetten waar ze de juiste planten vinden, de kans is klein dat ze weten wat ze moeten eten om alle benodigde voedingsstoffen binnenkrijgen. Het tamme konijn is zo gedomesticeerd dat deze intuïtie vaak verloren is gegaan.

Veel mensen zien konijnenvoer als het hoofdvoer en geven er te veel van. Niet konijnenvoer maar hooi is het belangrijkste voer voor konijnen. Hooi is noodzakelijk en moet altijd ruim voldoende beschikbaar zijn zodat het konijn dit de hele dag kan eten. Konijnenvoer is slechts bijvoer. Een konijn heeft per dag ongeveer slechts 25-50 gram konijnenvoer per kilo lichaamsgewicht nodig. De exacte hoeveelheid voer die u moet geven hangt af van het merk voer en hoe actief uw konijn is. Weeg het konijn regelmatig, zodat u in de gaten kunt houden of hij te zwaar wordt. Het geeft niet als het bakje konijnenvoer een aantal uren leeg staat, zolang het konijn maar genoeg hooi te eten heeft.

Er zijn tientallen soorten konijnenvoer. Wij adviseren om je konijn alleen hoogwaardig konijnenvoer te geven. De reden van dit advies is eigenlijk heel simpel: Alles wat je konijn nodig heeft hoort in het konijnenvoer aanwezig te zijn in de juiste verhoudingen en zonder toevoeging van allerlei schadelijke rommel.

Goed konijnenvoer heeft een samenstelling die zo veel mogelijk overeenkomt met onderstaande waarden: 13-14% eiwit
3% of minder vet
14% of meer vezels
10% of minder as
1% of minder calcium

Verder is het belangrijk dat er geen extra stoffen aan toe zijn gevoegd zoals Robenidine of Meticlorpindol (middelen om coccidiose tegen te gaan), ethoxyquine (landbouwgif), conserveringmiddelen, extra vitamine C, en kunstmatige kleurstoffen.

Gemengd voer
Gemengd voer ziet er vaak erg smakelijk uit, maar vaak bevat het teveel vet en suiker, waardoor je konijn te dik of ziek kan worden. Let er bij gemengd voer op dat het konijn niet alleen de lekkere dingen eruit vist. Geef kleine porties verdeeld over de dag en laat het staan totdat alles op is gegeten. Blijft het konijn alleen de lekkere dingen eruit vissen, stap dan over op alleen biks.

Korrels
Hiermee bedoelen wij de bruine, staafvormige konijnenkorrel. Deze korrels bestaan uit een samengeperste, gedroogde mix van verschillende soorten planten en graansoorten, verrijkt met vitamines en mineralen. Korrels vaak goedkoper dan gemengd voer maar daarom niet minder goed. In elke hap zit precies wat je konijn nodig heeft en je konijn kan niet alleen de lekkere dingen eruit vissen. Korrels lijken misschien saai om te geven maar als je je konijn dagelijks veel soorten groenvoer geeft, dan heeft hij genoeg variatie.

Groenvoer
Veel konijnen zijn dol op groentes. Groenvoer is niet noodzakelijk als u een goed konijnenvoer hebt. Maar het maakt het wel afwisselend voor het konijn.

Konijnen van alle leeftijden mogen groenvoer, zolang je het voorzichtig introduceert. Geef eerst een klein stukje en bouw het langzaam op. Daarna kan je een tweede soort groente geven.

Konijnen mogen onder anderen: wortel + loof, witlof, sla (ja écht dat mag), komkommer, peterselie, paardenbloem, aardbeien en wilgentakken.

Wees voorzichtig met koolsoorten en fruit, dat kan gasvorming in de darmen veroorzaken.

Geef nooit: aardappelloof, rabarber, tomaat, die zijn giftig voor konijnen.

Weet je niet zeker of je iets mag geven, geef het dan niet!

 

Snoepgoed

 

Veel dierenwinkels staan vol met allerlei soorten konijnensnoepjes. De één lijkt nog gezonder en beter dan de ander: "Het voldoet aan de natuurlijke knaagbehoefte van uw dier", "het gezonde extraatje", "verrijkt met vitamines". Maar zijn deze snoepjes werkelijk zo gezond?

Veel konijnensnoep uit een mix van verschillende zaden en granen. Het bevat vaak vetrijke zaden en granen zoals haver, mais, erwten, zonnebloempitten, aardappel, pinda's, popcorn, cornflakes en vaak wordt ook gedroogd fruit toegevoegd. Zaden bevatten veel vet en zijn zeer geschikt voor vogels en dieren die moeten overwinteren. Huiskonijnen hebben helemaal niet zoveel vet nodig. Hun stofwisseling is gemaakt voor een vetarm dieet en al het vet dat niet wordt verbrand wordt opgeslagen als lichaamsvet. Konijnen zijn gevoeliger voor vet dan mensen en worden snel te dik. Daarnaast kan teveel vet voor lever- en vaatproblemen zorgen, wat uiteindelijk fataal kan zijn. Zaden en granen zijn ook rijk aan zetmeel. Een gedeelte van het zetmeel wordt verteerd in de dunne darm, maar het meeste komt terecht in de blindedarm. Daar vormt het een goede voedingsbron voor bacteriën die in de blindedarm leven. Deze bacteriën gaan zich vermenigvuldigen en kunnen een gas produceren. Dit is zeer pijnlijk voor het konijn en kan ervoor zorgen dat de darmen stil komen te liggen.

Yoghurt en andere melkproducten kunnen zeer schadelijk zijn voor konijnen. De darmen zijn er niet op ingesteld om melkeiwitten te verteren.

Het is heel verleidelijk om je konijn snoepjes te geven. Omdat hij zo schattig is, of bijvoorbeeld als beloning voor goed gedrag. Hiervoor in de plaats kan je beter gezonde dingen geven zoals een stukje groente of kruiden. Je konijn zal dit net zo goed waarderen als een snoepje uit de winkel, en het is een stuk gezonder voor zowel je konijn als je portemonnee.

Zoek je een gezond alternatief voor konijnensnoepjes, geef dan eens een verse wilgentak of een lekker stuk groente. Wees creatief en houd het gezond!