Deze website maakt gebruik van cookies
Wij maken op onze website gebruik van cookies. Door op ‘Accepteren’ te klikken, ga je akkoord met het gebruik van alle cookies zoals omschreven in onze cookieverklaring.
×

Sterilisatie van de teef

 

Inleiding
De sterilisatie is de meest uitgevoerde operatie bij de teef. Naar schatting is ongeveer 30% van alle teven in België gesteriliseerd. De belangrijkste reden is natuurlijk geboortebeperking , het voorkomen van de loopsheid, maar er kunnen ook medische redenen zijn om een teef te steriliseren. Voorbeelden hiervan zijn onder andere het voorkomen van baarmoederontstekingen, recidiverende schijnzwangerschappen en suikerziekte. Maar nog belangrijker is het feit dat het wetenschappelijk bewezen is dat een teef die gesteriliseerd is op de leeftijd van 6 maanden bijna 0% kans heeft op kankergezwellen van de melkklieren en de baarmoeder, terwijl een teef die niet gesteriliseerd is wel meer dan 80% kans heeft daarop. Toch een belangrijk verschil om rekening mee te houden! de sterilisatie voorkomt dus veel kwalen achteraf.

Medisch gezien is het niet juist om van sterilisatie te spreken. Met sterilisatie bedoelen we een operatie waarbij het dier (of de mens) onvruchtbaar gemaakt wordt door de eileider af te binden of door te knippen. De rest, baarmoeder en eierstokken zelf, worden ongemoeid gelaten. Bij honden is het zeer ongebruikelijk om dit te doen, omdat de dieren weliswaar geen jongen meer kunnen krijgen, maar nog steeds loops (en eventueel ook schijnzwanger en ook nog kankergezwellen kunnen krijgen) blijven worden. Eigenlijk is dus iedere gesteriliseerde teef een gekastreerde teef, immers eierstokken en soms ook baarmoeder zijn geheel verwijderd.

Kort samengevat: een teef steriliseren op jonge leeftijd = eierstokken wegnemen = beste oplossing ter preventie van schijndracht - kankergezwellen-  loopsheid  en dracht.

Techniek
Voor de operatie moet de teef vasten. De reden hiervoor is dat sommige dieren kunnen braken van de narcose. Als er dan voedsel opgebraakt wordt en dit schiet de luchtpijp in kan er een moeilijk te behandelen longontsteking ontstaan. De hond wordt vervolgens verdoofd, op haar rug gelegd en de buik wordt geschoren en gewassen. Eerst met Isobetadinezeep, daarna met ontsmettingsalkohol. Daarna wordt er een steriel afdekdoekje op de buik gelegd, hierin wordt een opening geknipt die iets groter is dan de buikwonde. Hierna wordt een snede gemaakt met een scapelmesje in de buikhuid vanaf de navel naar achter toe. Het losmazig bindweefsel wordt met een schaar vrijgeprepareerd, dan wordt er een klein sneetje in de linea alba(de peesplaat precies in het midden van de buik) gemaakt waarna deze verder wordt opengeknipt.

De linker baarmoederhoorn wordt opgezocht. Aan het begin van de hoorn diep in de buik zit de eierstok vast, deze moet worden afgebonden. Nadat de eierstok is afgebonden wordt deze los geknipt en naar buiten gehaald, hierna wordt een ligatuur om de baarmoederhoorn gelegd, de eierstok en een gedeelte van de baarmoederhoorn kan dan worden verwijderd. Hierna doen we hetzelfde met de rechter baarmoederhoorn en eierstok.

De buikspier wordt gehecht met oplosbaar hechtmateriaal. (vicryl 0).

Het losmazig bindweefsel wordt eveneens gehecht met dit materiaal. Als laatste wordt de huid gehecht met resorbeerbaar materiaal, of soms ook met niet resorbeerbaar materiaal dat dan na ongeveer 2 weken dient verwijderd te worden. Het lijkt of de huid tegen elkaar is geplakt, dat geeft een heel mooi resultaat. Nadien wordt er altijd een verband geplaatst om te vermijden dat de hond de wonde likt, wat tot irritatie en soms zelfs tot een ernstige wondinfektie zou kunnen leiden.

De hond komt nu bij onder een verwarmingslamp in een aparts recovery ruimte.

Het is heel belangerijk dat een dier dat onder narcose is niet te veel afkoelt.

De meeste dierenartsen verwijderen enkel de eierstokken, anderen verwijderen ook de baarmoeder mits deze afwijkingen vertoont, of als de hond al ouder is dan 6 jaar(dan is dat ook nodig).

Voordeel van enkel de eierstokken weg te nemen is dat de wonde beduidend kleiner is en er ook in de buik minder beschadigd wordt. Nadelen zijn er niet. Omdat met het wegnemen van de eierstokken ook de hormoonproductie is stilgelegd is er geen risico op het alsnog krijgen van een baarmoederontsteking. Bij dieren waarbij ook de baarmoeder is weggenomen kan op latere leeftijd haaruitval optreden door een tekort aan hormonen.

Complicaties
Bij iedere operatie kunnen zich problemen voordoen, ook bij sterilisatie. De ernstigste is het nabloeden uit de baarmoeder of eierstokstomp. In het ergste geval kan een hond hier aan dood bloeden, maar gelukkig komt dit bij een goede techniek zelden voor. Bovendien moet de hond altijd op de praktijk blijven tot zij goed uit de narcose is ontwaakt, in deze tijd controleren we de hond regelmatig. Wondinfecties zijn een ander probleem en worden meestal veroorzaakt doordat de hond aan de hechtingen of de wonde heeft zitten likken. Ook zien we bij 1-5% van de gesteriliseerde teven na kortere of langere termijn incontinentie optreden. Dit wil zeggen dat de teef af en toe druppeltjes urine verliest. We zien het vooral bij honden tussen de 25 en 40 kg. Het is doorgaans van voorbijgaande aard, en zoniet gelukkig goed te behandelen met medicijnen.

Een gesteriliseerde teef heeft na de sterilisatie wat minder energie nodig en loopt daardoor wat meer risico om te zwaar te worden. Het is daarom raadzaam om na de sterilisatie iets minder eten te geven en de eerste maanden het gewicht van uw hond goed in de gaten te houden.

Gedrag

Een veel gehoorde vraag is of het gedrag van de hond verandert door sterilisatie. Het antwoord is simpel: een gesteriliseerde hond gedraagt zich net zo als een niet gesteriliseerde hond tussen de loopsheden in.

Leeftijd
Het is een fabeltje dat het beter zou zijn dat teven eerst een nestje krijgen voor ze te steriliseren. Ze hoeven zelfs niet eerst loops geweest te zijn.
Als we kijken naar de kans op melkklierkanker op latere leeftijd dan is het zo dat teven die gesteriliseerd zijn voor of na de eerste loopsheid veel minder risico lopen. Ook baarmoederontstekingen komen niet voor bij gesteriliseerde dieren. Door de ingreep neemt de levensverwachting van een jong gesteriliseerde hond met ongeveer 2 jaar toe. In onze praktijk geven we nu als advies om teven te steriliseren voor de eerste loopsheid, dus tussen de zes en negen maanden leeftijd. De operatie is dan zeer simpel en de herstelperiode is zeer kort. Meestal rennen ze na een dag al weer door het huis heen.

Gezien de teven op die leeftijd ook nog niet 100% op gewicht zijn kost de verdoving, en dus ook de ganse ingreep minder dan als er gewacht wordt tot de dieren volledig op gewicht zijn(ongeveer op 2 jaar leeftijd). Voor alle teven is het beste om ze tussen de loopsheden in te steriliseren, de baarmoeder is dan het minst doorbloed. Het operatie risico blijft hierdoor beperkt.

De operatie wordt altijd na afspraak uitgevoerd. Mocht je nog vragen hebben aarzel dan niet ze te stellen.